De enige zaak in Nederland die mega-zaak genoemd mag worden is niet de zaak-Holleeder. Het is de moord op Van der Heiden of de zaak tegen Mink K. In ieder geval als het gaat om de duur van het onderzoek en het aantal ordners. Het gestechel rond het onderzoek naar deze moord kwam ook al voor in het Post-Fort-onderzoek van hoogleraar Cyrille Fijnaut c.s. uit 2001. Mink K. speelde daarin ook al een rolletje van belang, zij het (nog) niet als verdachte in de moord-zaak. Sterker nog, de moord op Van der Heiden figureert al in het rapport van Van Traa. Zo ver heeft Willem H. het nog niet gebracht.
Er zijn in het moord-onderzoek vele honderden telefoonlijnen getapt en honderdduizenden gesprekken beluisterd. De vriendin van Mink is benaderd door een politie-infiltrant en met (richt)microfoons is ook het intieme samenzijn van Mink met zijn vriendin in de gevangenis voor het nageslacht bewaard.
Kosten noch moeite gespaard.
Het is ook de meest schimmige zaak. Wie het gegoochel met getuige-verklaringen van het Openbaar Ministerie de afgelopen jaren heeft gevolgd trekt op zijn minst met de wenkbrauwen. Dat geldt ook voor sommige beslissingen van de Rotterdamse rechtbank, van wie al een kamer is gewraakt.
Zo ongeveer de halve Randstad is inmiddels ondervraagd door de Nationale Recherche. Deze week was het de beurt aan John van den Heuvel van de Telegraaf bij de rechter-commissaris. Mink heeft me eens verteld dat hij zich verbaasde over de artikelen over hem in die krant. Volgens zijn advocaat Van der Plas heeft De Telegraaf Mink K. systematisch op de korrel genomen, in het bijzonder waar het gaat om de beweerde betrokkenheid van K. bij de moord op Van der Heiden. Van den Heuvel had op zeker moment belangrijke stukken van het Van der Heiden-dossier eerder dan advocaat Van der Plas. Het betrof stukken die belastend waren voor Mink.

