Nederlandse ambtenaren van politie en Openbaar Ministerie waren nauw betrokken bij schimmige Turkse autoriteiten. Dat kwam ook naar boven in de ruzie tussen Amsterdam en Zwolle.
De informant die de inzet vormde in de ruzie tussen Amsterdam en Zwolle van 1999 was een crimineel met een eigen politieke agenda. Als we tenminste de (toen) Zwolse officier van justitie Klunder moeten geloven. In het Rijksrechercherapport legt Klunder eerst uit dat het hier een “top-informant” betrof die ook echt in de top van criminele organisaties functioneerde. Dat was wel belangrijk want het bracht kilo’s binnen, en daarmee kon het IRT-NON natuurlijk scoren op zijn specialisme.
Dat was zó belangrijk dat een ander aspect van deze tolk enigszins buiten beeld bleef. Klunder tegen de Rijksrecherche: “ik heb zelfs eens geopperd dat hier misschien wel sprake was van een informant uit de politieke hoek die mogelijk willens en wetens lieden van bijvoorbeeld de PKK tipte bij de politie. ik dacht zelfs dat hij van de geheime dienst was en heb dat ook wel eens uitgesproken.”
Als dat waar is, zou hij hebben gewerkt voor de MIT, ofwel de Turkse veiligheidsdienst. We kunnen aannemen dat deze informant dan ook “gevraagd en ongevraagd” informatie aan de Turken gaf. Net als over onze tolk werd gesteld door een medewerker van het KLPD.
Nu even wat recente Turkse geschiedenis. Belangrijke figuren in verschillende Turkse regeringen in de jaren negentig waren betrokken bij handel in heroïne, tot aan de echtgenoot van ex-premier Tansu Ciller toe. En ook het toenmalige hoofd van de MIT en later minister van Binnenlandse Zaken Mehmet Agar die nauw geliëerd was aan de Grijze Wolven. Het toenmalig hoofd van de Narcoticabrigade, Ferruh Tankuş was een belangrijke gesprekspartner van de Nederlandse politie en justitie. Deze Tankuş is inmiddels veroordeeld.
Het lijkt er dus op dat een informant en een tolk in de jaren negentig “gevraagd en ongevraagd” informatie hebben verstrekt aan door corruptie ondergraven Turkse autoriteiten. Ook verschillende Nederlandse autoriteiten - politie en leden van het Openbaar Ministerie - hebben nauw samengewerkt met Turkse autoriteiten. In sommige gevallen rechtstreeks met veroordeelde drugshandelaren als Ferruh Tankus.
Interessante vraag is natuurlijk of de Nederlandse autoriteiten dan niet overzagen met wie ze zaken deden. En of ze dan geen idee hadden van de corruptie en de relaties met de heroïnehandel van de Turkse autoriteiten. Terwijl ze toch alle Turkse drugshandel moesten bestrijden, niet alleen die van Koerdische snit.

