Het Rolodex-onderzoek piepte ook in de zaak van Paul H. om de hoek. Er waren verwikkelingen rond telefoontjes van Fred Teeven en Hans Vrakking (zie ook hier en hier. Die hadden te maken met Rolodex.
Tot vandaag lieten we de vraag rusten waarom Hans Vrakking - hoofdofficier in ruste - zich begin 2006, vlak na de eerste publicatie in de Telegraaf over de gelekte staatsgeheimen, tot officier van justitie Fred Teeven zou wenden.
Maandag legde advocaat Bas Martens over Vrakking bij pleidooi hierover een hypothese op tafel. Een snelle reconstructie.
Teeven belt zaaksofficier Harderwijk op 7 februari met de mededeling dat journalist Bas van Hout thuis staatsgeheimen heeft liggen. Bij de rechter-commissaris blijkt zijn bron Hans Vrakking te zijn die het weer van iemand anders had. Bij volgende zittingen herinnert Vrakking zich niets meer van het telefoontje. Maar, zegt hij, als Teeven zegt dat het heeft plaatsgehad zal het wel zo zijn, ‘want Fred heeft een beter geheugen dan ik.’
Tijdens één van de zittingen vroeg de voorzitter aan Teeven: ‘Had u of uw bron belang bij het verspreiden van deze informatie [over Bas van Hout]?’
Teeven: ‘Er zijn vele scenario’s mogelijk…Mogelijk had Hans Vrakking er belang bij.’
Martens concludeert dat Vrakking reputatieschade vreesde als de staatsgeheimen niet werden opgeveegd. Vrakking dacht dat er ook een verslag van het Rolodex-onderzoek tussen de stapel staatsgeheimen zat. Martens noemde Rolodex niet, wij zullen hem even verduidelijken.
Rolodex was het gestopte kinderporno/ jongensprostitutie-onderzoek waar hoofdofficieren bij betrokken waren. Vrakking kende dat onderzoek, hij was er zelf mee naar procureur-generaal Ficq gestapt om toestemming te krijgen. Kwam hij er zelf in voor? Nee, aanvankelijk niet, het waren twee anderen, maar later wel.
Toen het onderzoek net in de tactische fase was bleek het stuk te zijn. De betrokkenen spraken niet meer over de telefoon. Verder meldde zich in die tijd een informant bij CID-officier van justitie Teeven. Hij kwam met verhalen over oud-burgemeester van Thijn, oud-hoofdcommissaris Nordholt en toenmalig hoofdofficier Hans Vrakking. Allemaal zouden ze het met kleine jongetjes doen.
Als er ooit een voorbeeld van een contra-strategie met desinformatie heeft gespeeld was dit er één.
Voorjaar 2007 had ik samen met een collega een urenlang gesprek met deze informant, nadat deze zichzelf gemeld had naar aanleiding van de bekende aangifte tegen een topambtenaar. De informant is een bekende figuur in de vroegere homo-escortscene van Amsterdam. Een betrouwbare indruk maakte hij niet, zijn verhaal rammelde en de belangrijke details ontbraken. Een goed ingevoerde bron in datzelfde circuit kenschetste hem als ‘onbetrouwbaar’ en zelfs ‘gevaarlijk’.
Voor ons onbruikbaar. Ook in 1999 werd deze informant, door het Rolodex-team, aan de kant gezet. Maar voor Hans Vrakking was het kwaad geschied, hij was met modder besmeurd. In zekere zin was het Rolodex-onderzoek in zijn gezicht ontploft. Het was alleen wachten tot het verhaal naar buiten zou komen.
Daar gaat mijn reputatie, moet hij hebben gedacht toen hij in januari 2006 de Telegraaf opensloeg en las over verkochte staatsgeheimen, het wachten is nu op Rolodex. Zelf had hij geen macht meer. Hij pakte de telefoon en begon te bellen, met de Telegraaf en met Fred Teeven, om toch nog ‘iets’ te doen. De rest is geschiedenis van de Paul H-zaak.
Vervolgvragen blijven er nog te over.
Waarom besliste het Openbaar Ministerie na Teeven’s telefoontje dat er geen huiszoeking bij Bas van Hout nodig was? Terwijl Van Hout al verdachte was in die andere Lek-zaak, van de`Pet’?
Hoe wist Vrakking zo zeker dat Bas van Hout die staatsgeheimen thuis had liggen? Hoorde Vrakking dat misschien van een Telegraaf-journalist dat de krant de documenten van Bas van Hout had gekregen?
Was Paul H. in dat geval de bron van Bas van Hout? Of toch alleen maar Barbertje die moest hangen? Wie was dan de BVD-Pet?

