In de zaak Paul H. - die staatsgeheimen zou hebben verkocht aan Mink K. - komt het verschil tussen opsporingsonderzoek door de politie en onderzoek door de AIVD aan orde. Hoewel, wat is het verschil eigenlijk? Officier van justitie Evert Harderwijk maakte in zijn toelichting op de strafeis omstandig een punt van dat verschil. De AIVD heeft geen bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten. De AIVD mag niet afluisteren, niet observeren en niet infiltreren om boeven te vangen. Zo staat het het heel gewichtig in de wet.
Maar zo is het eigenlijk helemaal niet in de praktijk. AIVD en recherche is soms één pot nat.
In de eerste plaats zien we de AIVD voortdurend boeven van verschillende pluimage besluipen, afluisteren en uitlokken. Neem bijvoorbeeld mogelijke terroristen en wapenhandelaren. Vervolgens kan de politie via een AIVD-ambtsbericht op hun spoor worden gezet, zodat ze voor de rechter komen. De Hoge Raad ziet hieraan geen enkel bezwaar kleven: AIVD-informatie kan worden gebruikt in een strafproces, zelfs dienen als bewijs. Terwijl bij het AIVD-onderzoek toch geen jota aan rechterlijke toetsing te pas is gekomen. De Hoge Raad roept de strafrechter in dat laatste geval wel op ‘behoedzaam’ te zijn.
Jaja.
Dat kan dus gaan als volgt. Er is bij de AIVD geheime informatie binnengekomen dat U schuldig bent. Die informatie komt in een ambtsbericht, gaat naar het Openbaar Ministerie en dient als bewijs om U te veroordelen. Zonder dat die geheime informatie verder nog rechterlijk te checken valt. Net de USSR in de jaren vijftig, maar toch echt de realiteit van ons wakker Nederland dat vecht tegen het terrorisme en de gevaarlijke drugs.
AIVD, iets anders dan de recherche? Een naïeve gedachte. Want de Regionale Inlichtingendienst (RID), onderdeel van de AIVD, zit gewoon op het hoofdbureau. Er werken gewone politiemensen, die eerder voor de recherche werkten. Zouden ze bij de koffieautomaat verderop in de gang niet gewoon die staatsgeheimen met elkaar bespreken?
In 2000 speelde in Amsterdam een wapenzaak rond Mink K. Ik sprak over de zaak met een hoge justitiemedewerker die destijds in Amsterdam werkte. Hij zei: ‘ach er zit een link tussen politie en BVD. Er gaat niets naar Leidschendam zonder dat Van Riessen ervan weet.’

