De verdachten van de moord op Wim Endstra kregen op de vierde pro forma zitting een nieuwe voorzitter van de rechtbank : Frits Lauwaars. Frits gaat al wat jaren mee; hij veroordeelde Johan de Hakkelaar nog, in het verre 1996. Hoewel hij naar eigen zeggen ‘net kwam kijken’ in deze zaak zette hij al snel een paar puntjes van orde op de i. Eerst kreeg officier van justitie Michiel van IJzendoorn een standje. Het was Lauwaars ‘opgevallen’ dat pas wanneer de rechtbank aandringt sommige stukken pijlsnel boven tafel komen. Nadat de toch al niet forse Van IJzendoorn braaf inééngekrompen was richtte Lauwaars zijn pijlen op Nico Meijering, doorgaans het brutaalste jongetje van de klas.
Het was Lauwaars ‘opgevallen’ dat Meijering het woord triomfantelijk in de mond had genomen. Er was een foto van een vuurwapen in de telefoon van diens cliënt aangetroffen en daarover was volgens Meijering in het dossier ‘triomfantelijk’ gedaan. En nu bleek dat die foto helemaal niet in de telefoon van zijn cliënt was gevonden. Kijk, zo wordt een onschuldige nu genaaid, wilde Meijering maar zeggen.
Van IJzendoorn sputterde dat hij het altijd ‘zakelijk’ probeerde te houden en helemaal nooit triomfantelijk deed. Lauwaars maakte van de gelegenheid gebruik om ter zitting de opgang van dit soort minder zakelijke termen in de rechtsgang dezer dagen te betreuren. ‘Het woord triomf gebruiken als iemand wordt veroordeeld en nederlaag bij vrijspraak is ongelukkig’. Want: ‘zo eenvoudig ligt het niet.’
Nou, zei Meijering, de minder zakelijke taal komt ook door de ‘minder gelukkige gang der dingen in de rechtsgang’ die soms ‘emotie’ veroorzaken ‘aan de zijde van de verdachte’. Je zag hem denken: ik kan het soms ook allemaal niet meer uitleggen aan mijn klanten, maar dat kan ik hier weer niet zeggen.
Overigens had Meijering ook ‘lichaamstaal’ bespeurd bij de rechters, in het bijzonder bij de lieftallige “oudste” rechter, die tijdens het discours van Meijering wat grimassen had vertoond. Meijering pleitte daardoor, zo signaleerde hij, ‘niet meer met een lekker gevoel.’
Gelukkig was na verloop van tijd de kou uit de lucht. Er was geen lichaamstaal meer. En volgens Lauwaars was het ‘prima’ als woorden als triomfantelijk ’soms’ werden gebruikt door Meijering als het maar niet de ‘grondtoon’ van het pleidooi van Meijering in beslag zou nemen. ‘Het mag niet de grondtoon zijn van uw houding ten opzichte van het Openbaar Ministerie,’ aldus Lauwaars.

