Tegen Mink K. - toch een soort Osama bin Laden in de ogen van veel brave justitie-ambtenaren - is echt alles uit de kast gehaald. Als het openbaar ministerie het geldverslindende onderzoek tegen hem na vijftien jaar onverrichterzake moet afsluiten, is dat nogal een gezichtsverlies. Misschien dat daarom het intrekken van het hoger beroep tegen Mink K. inzake de bom op Van der Heiden (alle berichten) in 1994 samenviel met een succes van het OM: het (hopelijk) oplossen van de moord op Christel Ambrosius. Toeval waarschijnlijk.
Daags voor de geplande zitting, op de dag van de aanhouding van de vermoedelijke Puttense moordenaar, maakte het OM het intrekken van het hoger beroep bekend. Tot op het allerlaatst heeft men kennelijk zitten sjorren aan de bewijsmiddelen.
Laten we eens kijken naar de laatste opsporingshandelingen tegen Mink K., althans in de zaak Van der Heiden. Negen dagen geleden perste de politie het allerlaatste druppeltje verklaring uit getuige Hesdy B.
Hesdy was de getuige die medeverdachte Rusky R. twee keer voor de eerste keer leerde kennen. In zijn eerste verklaring was het in augustus 1993. Maar ja, dat spoorde niet zo met de bomaanslag op Van der Heiden want die was in april 1993. Hij kon natuurlijk niet ten behoeve Rusky R. en Mink K. explosieven hebben bemiddeld om Van der Heiden op te blazen ná de aanslag. In zijn tweede verklaring leerde hij Rusky in 1992 kennen en toen begon hij ook over de aanslag op Van der Heiden.
Inmiddels heeft de politie vast kunnen stellen dat het inderdaad pas na de aanslag in 1993 is geweest. Grondig en goed werk, compleet met foto’s van Sinterklaas en huurcontracten van het huis van een vriend waar de ontmoeting zou zijn geweest.
‘Ja, maar dan was het vast en zeker in een hotel op Curaçao geweest’, herinnerde zich Hesdy een week geleden pas. Te laat Hesdy, vond kennelijk ook de advocaat-generaal. Exit Hesdy.
Ten slotte blijkt ook dat Hesdy is verhoord zonder medeweten van de verdediging, in jurisprudentie betekende dat in eerdere zaken niet ontvankelijkheid voor het openbaar ministerie.
Van 14 mei tot 21 mei waren er geen opsporingshandelingen meer geweest. Al die tijd had het OM nog nodig om na te denken over al dan niet intrekken van het hoger beroep. Hoe dan ook, goede timing.

