27 May 2009

Olierook: schikking voor lekken politieinformatie

Categorie(ën): publicaties — wvdp @ 14:54

Oud-commissaris John Olierook van de Nationale Recherche heeft een schikking getroffen met de officier van justitie in Den Haag. Hij werd verdacht van schending ambtsgeheim. De Rijksrecherche deed aanvankelijk onderzoek naar Olierook omdat hij verdacht werd van het aannemen van steekpenningen rond een onroerendgoedtransactie in Amsterdam Zuidoost in 2005. In één van drie betrokken kantoorpanden is kort nadien een afdeling van de Nationale Recherche gevestigd waar Olierook de leiding over had. Vast is komen te staan dat Olierook zich heeft bezig gehouden met de voorbereidingen van de transactie maar niet dat hij zichzelf persoonlijk heeft verrijkt. Deze zaak is geseponeerd omdat er onvoldoende bewijs was. Gaandeweg dit onderzoek werd duidelijk dat Olierook ook verdacht werd van schending ambtsgeheim.

Een artikel in Revu over dit onderwerp werd in december door de voorzieningenrechter in Amsterdam onrechtmatig verklaard.

Dit is de tekst die de Haagse officier van justitie E.A. Wosten vandaag desgevraagd naar buiten heeft gebracht:

Het onderzoek tegen dhr. Olierook richtte zich enerzijds op mogelijk strafbare betrokkenheid aangaande de voorbereiding van transacties rondom het Trinitygebouw. Gaandeweg richtte het onderzoek zich ook op het mogelijk schenden van het ambtsgeheim.

Trinitygebouw
Weliswaar is gebleken dat de heer Olierook een rol heeft gehad bij de voorbereiding van de aankoop van het Trinitygebouw en huur van bijbehorende parkeerplaatsen, maar niet is vast komen te staan dat de heer Olierook zichzelf daardoor op enigerlei wijze heeft verrijkt. Daarom is er naar het oordeel van het Openbaar Ministerie te Den Haag onvoldoende bewijs dat er sprake zou zijn geweest van het aannemen van steekpenningen (art.363 Wetboek van Strafrecht). Zij heeft deze zaak dan ook om die reden geseponeerd.

Schending ambtsgeheim
Ten aanzien van het onderzoek naar mogelijke schending van het ambtsgeheim is naar de mening van het Openbaar Ministerie vast komen te staan dat de heer Olierook vertrouwelijk informatie aangaande lopende strafrechtelijk onderzoeken aan iemand heeft verstrekt die in een eerder stadium wel belast was met de uitvoering van het onderzoek, maar op dat moment niet meer betrokken was bij het onderzoek. Het Openbaar Ministerie te Den Haag is in deze tot het oordeel gekomen dat hier sprake is van schending van het ambtsgeheim (art 272 van het Wetboek van Strafrecht ). Zij heeft vervolgens besloten de heer Olierook terzake van dit strafbare feit een transactie aan te bieden van € 5.000,-.
De raadsman van de heer Olierook heeft onlangs laten weten namens zijn cliënt akkoord te gaan met deze transactie.

Persofficier van Justitie te Den Haag,

geen reakties

Nog geen reakties

Laat een reaktie achter