De schending ambtsgeheim waarvoor John Olierook een schikking met het openbaar ministerie heeft getroffen heeft betrekking op het sturen van e-mails aan oud-officier van justitie Fred Teeven. Dat zegt de raadsman van Olierook, Jurjen Pen. In de e-mails die zijn gericht aan meerdere mensen schrijft Olierook volgens Pen over algemene zaken.
‘Teeven was een officier van justitie waar Olierook veel contact mee had. Hij zat in een team en aan de leden van dat team deed hij regelmatig verslag over lopende onderzoeken. Dat was een normale reguliere mailing. Teeven was ten tijde van het schrijven van de mails al weg bij het OM maar hij zat per abuis nog bij de geadresseerden,’
aldus Pen. Volgens Pen heeft Teeven tegen de Rijksrecherche zich niet te kunnen herinneren deze mails van Olierook te hebben ontvangen, de mails zijn ook niet door de Rijksrecherche aangetroffen.
In reactie op het voorgaande bericht laat Pen verder weten het niet helemaal eens te zijn met het bericht dat is opgesteld door de Haagse persofficier. Volgens Pen is de normale procedure dat de Rijksgebouwendienst zich bezig houdt met het huren van het gewraakte kantoorpand door de Nationale Recherche en niet Olierook, hetgeen ook is gebeurd.
Verder stelt Pen:
‘Olierook wil van de zaak af. Dat is de reden dat hij met de transactie accoord is gegaan. Hij heeft niet het gevoel dat hij ook maar iets fout heeft gedaan.’

