Waarom moest Hans Vrakking woensdag onder ede zo worden doorgezaagd in de zaak van Paul H.? Het lijkt een ingewikkelde vorm van zwartepieten.
Een kernvraag in de zaak van Paul H. is hoe de staatsgeheimen nu bij dagblad De Telegraaf kwamen. Lekte oud-BVD’er Paul H. de stukken door? Of fourneerde Bas van Hout de stukken aan De Telegraaf? Eigenlijk is die laatste optie inmiddels net zo geloofwaardig als de eerste. Zat het lek eigenlijk niet heel ergens anders dan bij Paul H?
Hoe kwam Paul H. eigenlijk in beeld? Even wat hardop nadenken. En met name de chronologie op een rijtje zetten.
Eind 2005: door een heel andere zaak -een financiële fraude - zijn Telegraafjournalisten Mos en De Haas in contact gekomen met twee medeverdachten van Paul H. de heren Van G. en Van D.
Op 21 januari 2006 publiceert De Telegraaf het verhaal dat “staatsgeheime informatie uit onderzoeken van de AIVD” in het “criminele circuit circuleert”. Dit kan niet zomaar passeren, de Rijksrecherche moet een onderzoek starten. Let op: wie staatsgeheimen lekt en verkoopt kan met zijn gevangenisstraf in de dubbele cijfers terechtkomen. Paul H. is nog nergens vermeld.
Op 7 februari 2006 telefoneert Vrakking met Teeven over Bas van Hout. Van Hout zou beschikken over staatsgeheimen en zou die hebben aangeboden aan De Telegraaf.
Op 8 februari arriveert een ambtsbericht van de AIVD bij het OM. Een echte Tip: kijk eens naar Paul H., hij heeft geld ontvangen uit het milieu voor de geheimen. Ga eens kijken bij zekere Van G. en Van D., schrijft de dienst, de mannen die in contact stonden met Telegraaf-journalisten Mos en de Haas en vroeger bij Paul H. in huis kwamen.
Van G. en van D. hebben een zakelijk geschil gehad met Paul H. En ja hoor: Van D. verklapt aan de Rijksrecherche dat H. staatsgeheimen thuis had liggen.
In mei 2006 staat Paul H. pontificaal in De Telegraaf als oud-BVD-man die staatsgeheimen lekt en houdt de Rijksrecherche hem aan.
Zo gaan die dingen. Van bewijs dat H. de spullen aan het milieu heeft verkocht of bij De Telegraaf heeft bezorgd is geen sprake. Van D. en van G. blijken eigenlijk helemaal niet zo zeker te weten dat er staatsgeheimen bij H. thuis lagen. Andere AIVD’ers bevestigen - met snor en pruik - het beeld dat de dienst eind jaren negentig, zacht gezegd, niet helemaal waterdicht was. En meer mensen dan alleen Paul H. hadden toegang tot de bundel staatsgeheimen, zo blijkt steeds duidelijker.
Maar hoe kwamen die stukken nu bij De Telegraaf? En waarom belde Vrakking Teeven?

