Wat mag je doen om boeven te vangen, dat is de grondvraag van onderwereldblog. Met boeven vang je boeven, zo denken de Amerikanen. Nederland denkt zo niet, want wij hadden Van Traa en sindsdien zijn criminele infiltranten uitgesloten. Maar wie zich een beetje verdiept in de opsporing van drugshandel beseft dat Nederland wel mee móet doen met de buitenlanders. Daarom zit het KLPD zo lastig met de Ankara-connectie.
Neem het volgende voorbeeld: een informant van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) weet dat ergens 100 kilo heroïne aaankomt, laten we zeggen - ergens in 2005 in Waddinxveen. Een paar dikke pakken, helemaal uit Turkije, dat is een boel geld.
De informant tipt zijn runners van de CIE en dezelfde dag veegt een politieteam de drugs van de straat. De politie blijft tappen en ook onze brave informant komt onder de tap.
Een paar dagen later blijkt dat de informant benaderd wordt door een aantal figuren die met de bewuste heroïne te maken zouden kunnen hebben. En een paar dagen later gaan er weer een paar mensen voor gaas met een kleine hoeveelheid heroïne.
De informant is ook gearresteerd en krijgt een dagvaarding aan zijn broek. Het tactische politieteam weet natuurlijk niet dat hij een informant van de Criminele Inlichtingeneenheid is. Maar dat is hij wel. ‘Wacht is even’, zegt hij uiteindelijk tegen de verhoorders, ‘ik ben de informant die de zaak heeft getipt.’
Het is vergeefse moeite, de man moet toch terechtstaan. Vervelend voor de CIE-runners die hun informant absolute geheimhouding hebben beloofd. Maar catastrofaal voor de informant zelf. Zijn naam en ook zijn mogelijke status staan keurig in het proces-verbaal vermeld.
Tsja, er zijn mensen voor minder dan 100 kilo heroïne doormidden geschoten.
Had de CIE-officier van justitie hier niet in moeten grijpen en actief bij het tactische team en de zaaksofficier moeten interveniëren? Moet een informant - die geen dubbelspel speelt - niet in bescherming worden genomen? Mag dit bij de bestrijding van de heroïnehandel?
De rechtbank in Den Haag vond van niet en veegde de dagvaarding van tafel in vlammende bewoordingen. De rechtbank in het vonnis (15-11-2005):
Zeker als van een informant wordt verwacht dat hij zijn status van informant afschermt, (…) mag van de CIE-officier van justitie worden verwacht dat zorgvuldig met de belangen van een informant wordt omgegaan, ook als die (door verstrekking van zijn eigen informatie) verdachte is geworden.
De rechtbank stelt alles afwegende - dus ook het maatschappelijk belang van de war on drugs - dat de belangen van de verdachte zo ernstig zijn geschonden dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard. Dus, niet alles is toegestaan in de strijd tegen de onderwereld.

