‘Ik sta kennelijk op een dodenlijst’, riep oud-rechercheur Hans van E. onlangs boos uit op een zitting in de Pet-zaak. Dat hadden medewerkers van de Criminele Inlichtingendienst (CIE) hem deze zomer verteld. CIE-rechercheurs gaan graag even bij de mensen langs. Zo weet ik persoonlijk van drie mensen die het afgelopen jaar door de CIE zijn bezocht. ‘Je staat op een dodenlijst’ is dan soms letterlijk de boodschap. De CIE is verplicht een dreiging te melden. Er mogen natuurlijk geen doden vallen met medeweten van de politie.
Maar van wie de dreiging precies komt en hoe reëel de dreiging is wordt tijdens een CIE-bezoek zelden verteld. Dat leidt tot frustratie. Zeker als de bedreigde figuur even later gevraagd wordt of hij nog iets van Willem, Stanley of een andere dwarstraat gehoord heeft. ‘Is er nu echt wat, of willen ze me alleen uithoren?’, is dan de reactie. Met Hans van E. ging het als volgt:
Op 19 juni van dit jaar sprak Hans van E. met twee CIE-medewerkers waaronder de veteraan Jan van Looijen. Jan van Looijen stelde dat de politie ‘informatie had binnengekregen dat Van E. geliquideerd zou worden.’ Maar wie of wat werd niet duidelijk. Wel werd gezegd: ‘dat er toch geruchten gingen dat hij gesproken zou hebben met de politie waardoor hij deze problemen zou hebben’.
Van E. heeft weliswaar na zijn arrestatie een verklaring afgelegd maar daar staat niks belastends in over enige crimineel.
Van E. vroeg de CIE-ers of hij dan beveiliging, of tenminste iets kogelwerends beschikbaar kon krijgen. Quod non, de heren deden slechts hun plicht. Ten slotte voegde ze nog toe dat ‘hij voorlopig maar geen afspraken moest maken of op vreemde plaatsen moest komen’.

