© Wim van de Pol, 15 april 2009
Marty Cappiau is 31 jaar als hij in Zagreb sterft. Na een succesvolle opleiding aan de Belgische Militaire Academie tekent hij bij het Franse Vreemdelingenlegioen. Daar krijgt hij Kroatische vrienden die sympathie voor de Kroatische onafhankelijkheid van Joegoslavië bij hem opwekken.
In augustus 1991 ontsnapt hij uit Franse dienst, en meldt zich aan om met de Kroaten tegen de Serven te vechten. Meer dan drie jaar brengt hij door aan het front, voornamelijk bij de in Kroatië legendarische special forces (Zdrug) van generaal Ante Roso, ook ex-legionnair; net als een belangrijk deel van de Kroatische legertop.
De Kroatische oorlogsheld Ante Gotovina, die inmiddels als verdachte van oorlogsmisdaden op berechting wacht, was een goede vriend van de Belg. In opdracht van de Kroatische regering richt Cappiau in 1994 de firma ICS op en verscheept hij illegaal wapens naar Kroatië en Bosnië. In Bratislava – Slowakije – zou hij contacten hebben met de firma Joy Slovakia, die handelde met Tjetsjeense rebellen.
De ex-huurling gebruikte zijn Franse en Belgische militaire contacten voor de illegale wapenhandel. Getuigen stellen dat daar ook ‘NAVO-functionarissen’ bij zitten. Hij zou ook zaken hebben gedaan met Afrikaanse landen, samen met figuren uit het Franse Front National van Jean-Marie Le Pen, overigens ook ex-legionnair.
Gaandeweg gaat het mis met de wapenhandel. Zijn ex-vrouw vreesde voor zijn liquidatie, ofwel door partijen die hem geld schuldig waren of door mensen die hijzelf nog geld schuldig was.
‘Marty barste soms in woede uit over generaal Vladimir Zagorec,’ stelt zij. Die generaal zou geld hebben weggesluisd dat Kroatië besteedde aan wapens. Wapens die Cappiau wel had geleverd, maar nog niet betaald. Zagorec zit nu vast in Kroatië op verdenking van corruptie.
Generaal Roso bevestigt Cappiau’s geldproblemen. ‘Een hoge functionaris van de NAVO’, was hier zelfs voor naar Zagreb gekomen, zegt Roso.
© Wim van de Pol, 15 april 2009

