UPDATE 26 SEPTEMBER 2009:
In onderstaand artikel staat waarschijnlijk ten onrechte vermeld dat Marty Cappiau generaal Ante Roso in het Vreemdelingenlegioen heeft leren kennen. In het boek Onder vreemde vlag door Rende van de Kamp schrijft hij over Marty Cappiau. Volgens Van de Kamp die diende in het Vreemdelingenlegioen, hebben Roso en Cappiau elkaar hebben leren kennen in Frankrijk. In het strafdossier uit Zagreb is er één getuige die verklaart dat Cappiau wél legionair was.
===
© Wim van de Pol, 15 april 2009
Waarom schiet Marty Cappiau die middag in het centrum van Zagreb zijn doelwit niet in één keer van de sokken? Been there, done that. De ex-commando staat klaar met een Ingram 2000 9mm-machinepistool en een handgranaat, zijn revolver zoals altijd in de holster van zijn broekriem. Waarom twijfelt de 31-jarige Belg in deze doorslaggevende seconden?
Het strafdossier over de gebeurtenissen in 2001 geeft geen uitsluitsel. Vaststaat dat de Belgische ex-huurling de opdracht had om de Kroatische maffiabaas en gokkastenkoning Vjeko Slisko om het leven te brengen.
Zijn verkenner heeft Cappiau enkele momenten eerder gewaarschuwd via de ultrakortegolf-verbinding op de Motorola in zijn oor. De lijfwacht heeft de Jeep uit de parkeergarage gereden en stopt voor het appartementengebouw.
De huurling verlaat de nabijgelegen bibliotheek waar hij zit te wachten, en loopt in de richting van de wagen. Zijn doelwit heeft een handvol seconden om van de voordeur van het appartementencomplexdeur in de Jeep te stappen. Om de hoek ziet het zwart van de winkelende mensen. Er is een bloemenmarkt met daaromheen modewinkels, lunchrooms, cafés en een hippe nachtclub.
Marty Cappiau is een killer uit de film: een oud-legionnair en voormalig lid van de special forces van het Kroatische leger. Jarenlange ervaring aan het front in Gospic, Mostar, noem maar op. En toch schiet hij niet die cruciale seconden.
Het doelwit Slisko heeft geen oorlogservaring, maar er is al drie keer eerder op hem geschoten, enkele kogels zitten nog in zijn lijf.
Rennen, was het instinct van Vjeko Slisko.
Cappiau schiet niet maar rent er achteraan. De Belg heeft met een grote zwarte Armani zonnebril, een zwarte shawl en een rugzak over zijn schouder. Het gaat richting Cvjetni Trg, een gezellig pleintje propvol mensen en bloemenstalletjes.
Al rennend weet Cappiau van twintig meter afstand met een kleine revolver Slisko te raken. Die valt voorover, en de Belgische huurling haalt nog vier keer achterelkaar de trekker over. De laatste kogels raken Slisko van dichtbij in het hoofd.
De Belg stopt de revolver in de holster aan zijn riem. Als hij zich omdraait, wijken omstanders massaal terug. Hij versnelt zijn pas, slaat de sjaal om zijn gezicht en begint te rennen langs de bloemenstalletjes. ‘Houd die man. Grijp hem,’ wordt er geschreeuwd. Een bloemiste ziet hem rennen. Ze denkt: heeft hij nou een flesje mineraalwater in zijn hand?
Het is een handgranaat die Cappiau rennend tevoorschijn heeft gehaald. Half struikelend botst hij tegen terrasstoelen. De popcornverkoper voor bioscoop Europa roept: ‘Laci, houd hem tegen, hij heeft een bom in zijn hand.’ Laci is beveiligingsagent bij een bank even verderop. Hij heeft de schoten gehoord, trekt zijn dienstpistool en maant de Belgische huurling te stoppen. Als de twee mannen botsen en vallen, werpt een toevallig passerende politieman in burger - het is zijn vrije dag - zich op het duo.
Cappiau is zijn revolver en handgranaat kwijt en ligt op zijn buik, een knie van de politieman in zijn rug. ‘Beweeg niet, ik schiet’, roept de opkrabbelende beveiliger.
Intussen ligt mafiabaas Vjeko Slisko even verderop bloedend voor een winkel op de grond. Naast hem zijn lijfwacht, die te laat kwam. Gekleed in een elegant grijs kostuum beëindigt hij zijn telefoongesprek en begeeft zich naar de bloemenstalletjes.
Hij vraagt: ‘Waar is de man die geschoten heeft?’ Aan niemand in het bijzonder.
Dan ziet hij het opstootje bij de bioscoop, kalm loopt hij erop af. Cappiau ligt hijgend op de grond, de politieman bovenop hem trekt zijn hoofd aan zijn haar naar achteren. Een arm komt dichterbij en plots klinkt een schot, de politieman kijkt opzij en ziet een pistool op de grond dat er nog niet was. Hij staat op en roept: ‘Wat doe je nou?’
De lijfwacht van Slisko antwoordt niet, loopt langzaam weg. Verschillende getuigen zien het bovenlichaam van de Belgische huurling een paar keer hevig trillen. Naast zijn hoofd vormt zich razendsnel een plas bloed.
Op het moment geniet de Amstelveense Monica in het Sheraton van Zagreb van alle luxe in het hotel. ‘Ik ben aan het eind van de middag terug’, had haar echtgenoot Marty Cappiau die ochtend gezegd. Ze hadden de dag ervoor samen een heerlijke tijd in het restaurant en het zwembad van het hotel.
Monica heeft de Belg ontmoet in het Amsterdamse uitgaansleven. Een mooie, rustige jongen die zijn talen spreekt, zo omschreef ze hem. Gespierd ook, maar geen gorilla. Ze zijn op vakantie geweest in Spanje en trouwden later in Florida.
Als de avond valt komt haar liefde niet opdagen, zijn telefoon staat uit. Monica houdt het niet uit op haar kamer, de volgende dag gaat ze in de hotellobby zitten wachten, de wanhoop nabij.
Een receptiemedewerkster bekommert zich om de jonge vrouw. Als Monica haar Cappiau’s paspoort laat zien, herkent ze zijn foto en zijn naam van het nieuws over de schietpartij.
De gewaarschuwde vader van Monica vliegt zo snel mogelijk naar Zagreb. Hij herinnert zich nog de moeite die hij heeft moeten doen om het vrijgegeven lichaam van Marty Cappiau naar Nederland te krijgen. ‘Ik moest daar 2000 euro voor betalen aan een onduidelijke figuur.’
Als vader en dochter terugkeren in Amstelveen, blijkt al snel dat de wereld van Cappiau veel groter was dan die van Monica. Bij de crematie van de Belg is politie in burger aanwezig.
En een paar maanden later is ook Monica dood; ze heeft zelfmoord gepleegd. In een afscheidsbrief legt ze uit dat ze niet kan verwerken dat haar droom met de liefde van haar leven uiteen is gespat.
In Kroatië slaat de schietpartij in Zagreb in als een bom. In de nasleep, en in het onderzoek naar de zaak, komen steeds meer bewijzen naar boven van de nauwe banden tussen militairen, de onderwereld en de politiek. Bij de vermoorde Slisko thuis vindt de politie bewijzen voor contacten met figuren uit de entourage van oud-president Tudjman, een hoge militair en een vroegere minister van Binnenlandse Zaken.
Ook huurling Cappiau blijkt relaties met allerlei hoge militairen te hebben gehad. Zo bediende hij zich bij de aanslag van een ultra-kortegolfsysteem dat alleen voor het Kroatische leger beschikbaar is.
Uit het strafdossier blijkt ook dat de Belg op 26-jarige leeftijd vanaf 1994 hoogstpersoonlijk het wapenembargo voor Kroatië heeft doorbroken, met een persoonlijke volmacht van toenmalig president Tudjman.
Via zijn firma ICS schafte hij in het geheim wapens aan voor het Kroatische ministerie van Defensie. In 1997 stopte Cappiau met ICS, en vertrok hij naar Congo om samen met andere voormalige leden van het Vreemdelingenlegioen militairen op te leiden en te assisteren bij een staatsgreep.
Hij zou verschillende huurmoorden op zijn naam hebben staan. In ieder geval zou hij in een café iemand hebben doodgeschoten en een explosief onder een auto hebben geplaatst. De laatste jaren voor zijn dood raakte Cappiau aan lager wal door schimmige zakelijke conflicten en door geldnood. Daarom dook hij uiteindelijk onder in Amsterdam, waar hij Monica ontmoette.
Voor het uitvoeren van de liquidatie van Slisko is Cappiau ongetwijfeld veel geld in het vooruitzicht gesteld. Slisko was één van de twee - rivaliserende - leiders in de Kroatische onderwereld.
De rechtszaak tegen de lijfwacht van Slisko en enkele hulpjes van Cappiau kreeg dan ook veel publiciteit.
De vader van Monica acht het onwaarschijnlijk dat zijn dochter erg veel heeft geweten over de zwarte kant van haar echtgenoot. ‘Ze was gewoon naïef en jong,’ zegt hij.
De jonge Monica viel voor de modebewuste en bemiddelde Marty, al was hij de laatste jaren van zijn leven aan het afglijden. Veel getuigen in het strafdossier vertellen meewarig en met enig mededogen over zijn Fiat Panda met Nederlands nummerbord, terwijl hij voordien in Jeeps of tenminste een Opel Calibra reed. ‘Vroeger zat zijn portemonnnee altijd vol met cash’, zegt een ex-vriendin. Op het laatst kon hij zelfs de huur van een appartementje niet op tijd betalen. Vlak voor de schietpartij in Zagreb leende hij van een oude vriend een paar tientjes voor benzine.
Met zijn oude strijdmakkers gedroeg hij zich ongemakkelijk. Hij gaf zijn mobiele nummer niet, hij zei: ‘het is beter als je dat niet kent.’ Zeven dagen voor de aanslag ziet een oude vriend hem zitten op een terras met een donkere bril op. ‘Het leek alsof hij zich verborg. Hij zei: ik heb niets met jou, wat voorbij is is voorbij.’
Generaal Ante Roso stuurde als enige Kroatische topmilitair een krans naar de crematie op Westgaarde in Amsterdam. Roso zei tegen de politie niet te weten hoe een intelligente jongen als Cappiau zo af heeft kunnen glijden.
Zeker is dat deze jonge oorlogsheld in zijn tragedie ook een jong meisje uit Amstelveen mee de dood in sleepte. ‘Hij was de liefde van haar leven,’ zegt haar vader.
Monica mag naïef zijn geweest, enig idee van de ware Marty had ze wel. In haar afscheidsbrief schreef ze: ‘Papa, wat hij gedaan heeft was om de mensen waar hij mee in de oorlog heeft gezeten te helpen.’ Dat kan. Misschien heeft Marty Cappiau gehoopt met het geld voor de liquidatie van Slisko afscheid te nemen van zijn oude leven.
Maar hij schoot te laat.
(uit privacyoverwegingen is de naam van de echtgenote van Marty Cappiau gefingeerd)
De wapenhandel van Marty Cappiau
© Wim van de Pol, 15 april 2009

