Nieuwe Revu 03-01-07
Bijna ochtend in de kille nacht van 22 februari 2002. Op de A12, dichtbij Utrecht, scheurt een Fiat Punto door de regenflarden. Binnenin de Fiat hangt de geur van bloed. Aan de rechterkant zijn de stoelen en de bekleding besmeurd met stukjes bot en hersenen. De Fiat snelt in de richting van Amsterdam, weg van de natte berm langs de zuidbaan van de A12 bij Woerden, waar de lichamen van twee Brazilianen nog dampen in de regen. In de Fiat Punto een mobiele telefoon: ‘In orde? Is de jongen geboren, is hij geboren?’, informeert Filippo Cerfeda vanuit een Amsterdams bordeel. ‘Hij is geboren, we komen terug’, antwoordt één van de twee mannen in de Fiat. De dubbelmoord is exemplarisch voor de Zuiditaliaanse onderwereld. Ripdeals zijn zelfs binnen dezelfde mafiaclan niet ongewoon. Wat opmerkelijk is: een succesvolle Nederlands-Italiaanse restauranthouder kreeg als mede-opdrachtgever voor de moorden levenslang. De man die de moord zegt te hebben beraamd, Filippo Cerfeda, is nu kroongetuige en wordt er niet voor vervolgd. Net zomin als de twee mannen in de Fiat.
Sigarettensmokkel
De mafia is in Nederland al heel lang aanwezig. Steek in Napels een Marlboro op en de kans is aanzienlijk dat het een illegaaltje is die ooit in Rotterdam in een container zat. Met dank aan de Camorra voor de uitstekende bevoorrading van de duizenden kleine verkopers. Sigarettensmokkel vormt de roots van de Zuid-Italiaanse mafia en het is nog steeds een kapitale business. Rotterdam speelt al sinds de jaren vijftig een belangrijke rol. Eerst als overslaghaven voor de sigarettenhandel, later als importhaven voor cocaïne. De werkwijze van de Zuid-Italiaanse onderwereld is traditoneel zeer bloedig. Dit jaar zijn er alleen in het Calabrese stadje Locri al 26 mensen geliquideerd. In Napels vielen onlangs 12 doden in 10 dagen. Maar in Nederland doet de mafia het liefst geruisloos en onzichtbaar zijn werk. Het drama van de A12-moorden is een bloedige uitzondering op de regel. Op de vlucht voor de politie of voor wraakzuchtige rivalen duiken Italiaanse capomafia’s graag een tijdje onder in Nederland.
Voortdurend cocaïnegebruik
Zo ook Filippo Cerfeda, het brein achter de A12-moorden. Tijdens zijn Nederlandse periode van 2000 tot 2003 zegt hij te hebben genoten ‘van het goede leven’. In de praktijk betekende dat hoeren bezoeken in de Amsterdamse clubs Elegance en Princess en een vrijwel voortdurend cocaïnegebruik. Cerfeda, nu nog steeds maar 38 jaar oud, behoorde tot de meest gezochte Italiaanse criminelen. Hij was ondanks zijn jonge leeftijd al hoog geklommen in de rangen van de Sacra Corona Unita (SCU), de broederschap uit de regio Puglia, de hak van de laars. Zoals zovele jonge criminelen is hij toegetreden in de gevangenis van Lecce. Daar onderging hij ‘het ritueel van camorra’. Hij steeg in rang en zijn peetvader verleende hem uiteindellijk ‘het recht van medaille met ketting’, de hoogste rang. Nadat zijn peetvader tegen de lamp liep klimt hij op tot één van de leiders van de Sacra Corona Unita. Hij besluit na een mislukte aanslag op zijn leven ‘al zijn tegenstanders te vermoorden.’ Zo heeft hij alleen al kort voor zijn komst naar Nederland minstens vijf mensen om het leven gebracht, maar mogelijk veel meer. In Nederland krijgt hij hulp van een andere clan van de SCU. De leider daarvan vermoordt hij om zodoende diens cocaïnelijn naar Puglia over te nemen. Deze Lezzi is spoorloos verdwenen uit Amsterdam. Hij ligt mogelijk ergens onder een wegdek begraven maar de kogels worden later op aanwijzing van Cerfeda in een Amsterdamse woning inderdaad door de politie uit de muur gehaald. Cerfeda: ‘Wanneer ik een persoon wilde vermoorden was dat in één seconde voor elkaar.’ Of al dat moorden Cerfeda nu lekker zat of niet, een getuige verklaart dat Cerfeda ‘overal duivels zag.’ Hij vertoont paranoïde gedrag dat verergerde door excessief cokegebruik. Zo rende hij eens in paniek door de achtertuinen van de Beethovenstraat nadat er een deurwaarder aanbelde. Daarbij gooide hij 180.000 euro ergens in een vuilnisbak, het geld ging verloren. In Amsterdam ontmoet Cerfeda een Nederlandse restauranthouder, eveneens afkomstig uit Puglia, een bekende figuur in de Amsterdamse horeca. Sommige mensen in het milieu kennen deze Aldo als importeur van cocaïne. Hij is daarvoor begin jaren negentig samen met een Braziliaan veroordeeld in België. Maar wat bijna niemand weet is dat Aldo verstrikt zat in de klauwen van Sacra Corona Unita. Doordat hij zelf familie had in Puglia en door zijn criminele contacten waren hij en zijn restaurant een makkelijke prooi voor de SCU. De later door Cerfeda vermoorde Lezzi kwam al vanaf 1999 bij hem in de zaak. Lezzi gedroeg zich volgens Aldo ‘brutaal’ en ‘pakte geld af’. Of hij wilde of niet, Aldo moest diensten verlenen aan de SCU. Hij regelde woonruimte voor voortvluchtigen en leende de sleutel van zijn garages uit als er auto’s moesten worden in- of uitgepakt. Met Cerfeda verergerde dat. In het keurige restaurant komen ‘continu’ duistere mannen van Cerfeda een hapje eten en vertrekken dan demonstratief zonder te betalen. Het gaat te ver om Aldo braaf te noemen. Hij heeft in Brazilië nog steeds goede contacten in het cocaïnemilieu, spreekt goed Portugees en reist daar ook samen met Cerfeda naar toe. Daar wordt de komst van de 20 kilo coke geregeld, de aanleiding voor het drama aan de A12.
‘Ndrangheta
De machtigste groepering in de Italiaanse onderwereld is nu ‘Ndrangheta, uit Calabrië, de voet van de laars. Leoluca Orlando oud-burgemeester van Palermo: ‘De top van ‘Ndrangheta bestaat niet uit criminele, geweldadige figuren. De top is een ronde tafel met politici, zakenmensen, topfiguren uit de kerk, politie en tenslotte ook uit de mannen van het geweld.’ Overigens is dit jaar is door ‘Ndrangheta voor het eerst sinds jaren een Italiaanse politicus vermoord. Meer dan 40 burgemeesters uit Calabrië gingen in staking en eisten dat de regering de noodtoestand afkondigt. ‘Ndrangheta heeft zeer goede contacten met de belangrijkste drugsorganisaties in Colombia. Een economisch onderzoeksinstituut in Italië schat de jaaromzet van ‘Ndrangheta op ruim 30 miljard euro. De organisatie heeft vele miljarden aan onroerendgoed in handen. Nederland speelt voor ‘Ndrangheta een sleutelrol in de cocaïnehandel. De cocaïne van ‘Ndrangheta komt vooral uit Nederlandse en Belgische havens, zo blijkt uit Italiaanse politieonderzoek. De arrestatie in Nederland in 2005 van twee vermeende sleutelfiguren binnen Ndrangheta is hier vrijwel onopgemerkt gebleven maar Italiaanse kranten hebben het breed uitgemeten. Sebastiano en Francesco Strangio zouden de cocaïnetransporten per vrachtwagen vanuit de Benelux naar Italië hebben gecoördineerd. Ze beheerden ook een klein fabriekje om cocaïne te versnijden. In Brussel zou het tweetal een gehele villawijk hebben opgekocht. Sebastiano is inmiddels uitgeleverd, Francesco zit in afwachting van de procedure nog in Nederland vast. Tot in de jaren tachtig leek de strijd tegen de mafia vergeefs. Totdat de later vermoorde onderzoeksrechter Giovanni Falcone Cosa Nostra boss Tommaso Buscetta te pakken kreeg. Buscetta verbrak de omertá en begon te praten. De Italiaanse wetgeving schoot te hulp met het systeem van de spijtoptanten (de pentiti). In ruil voor verklikken krijgen de pentiti strafvermindering, bescherming en financiële toelagen.
Tien liquidaties
Filippo Cerfeda, de jonge peetvader van Sacra Corona Unita, ging na zijn arrestatie in 2003 linea reacta naar Italië. Daar bekende hij sinds 2001 meer dan tien liquidaties te hebben gepleegd, waarvan vijf in Nederland. Hij bekende in een Italiaanse gevangenis de moord op Lezzi en de moord op twee Joegoslaven in café The News in Amsterdam. En hij bekende in 2003 en passant de Nederlandse A12-moorden te hebben laten uitvoeren. Anderhalf jaar na het drama was de moord op de twee Brazilianen plotseling opgelost. Als een paar maanden later een Nederlandse officier van justitie en een paar rechercheurs aan zijn lippen hangen komt er zonder blikken of blozen een heel gedetailleerd verhaal. Ook over de Amsterdamse restauranteigenaar Aldo, die volgens Cerfeda samen met hem de moord heeft gepland. Aldo had na de aanhouding van Cerfeda zijn leven ‘opgelucht’ vervolgd. Hij was blij was dat Cerfeda hem niet meer afperste en dreigbrieven stuurde. Maar in januari 2004 zit hij plotseling vast voor moord. Aldo heeft de schijn tegen. Hij telefoneerde vlak voor de moord veelvuldig met één van de Braziliaanse slachtoffers. Hij dronk koffie met ze. Bovendien reisde hij samen met Cerfeda naar Brazilië om de coke te regelen. En hij faciliteerde de mannen van Sacra Corona Unita. Aldo voor de rechtbank: ‘Ik was het slachtofffer van de mafia. Ik werd afgeperst. Ik durfde niet naar de politie te gaan.’ Dat Aldo van plan was om, samen met Cerfeda, de Brazilianen te rippen en te vermoorden steunt vrijwel alleen op de bewering van Cerfeda. De andere getuige, een van de moordenaars, is vaag over de betrokkenheid van Aldo bij de moord. Het lijkt erop dat hij Cerfeda napraat. Marnix van der Werf, de advocaat van Aldo, heeft goede hoop dat hij zijn cliënt in hoger beroep van de haak krijgt. Niet zozeer voor de cocainehandel maar wel voor de moorden. ‘Het bewijs steunt op die enkele verklaring van Cerfeda. Daarbij moet je bedenken: hoe meer Cerfeda bekent, hoe meer mensen hij erbij lapt, hoe beter het voor hem is. Zijn beschermingsprogramma wordt beter, hij krijgt meer geld, minder straf.’ De Italiaanse advocaat van Cerfeda schat dat deze uiteindelijk tien jaar gevangenisstraf zal krijgen. Daarnaast levenslange bescherming voor hem en zijn directe naasten. Terwijl hij zichzelf verantwoordelijk heeft gesteld voor meer dan tien moorden en Aldo levenslang heeft. Eind januari begint het hoger beroep in de zaak tegen Aldo.
Bloedexpert
Rest de vraag naar de precieze toedracht van de A12-moord. Er is één ooggetuige die daarover heeft gesproken. Adriano Palazzo, een dertiger met zwart haar in een paardenstaart, beschuldigt zijn kompaan Tiziano Greco. Greco is een zwijgzame jongen, de enige van het stel die van de drank en de cocaïne afblijft. Het eerste bedrijf is een bijeenkomst in de woning van Cerfeda aan de Beethovenstraat in Amsterdam. Volgens Cerfeda geeft hij samen met Aldo aan Palazzo, Greco en een zekere Pagliara de opdracht de Brazilianen te doden en van hun cocaïne te beroven. Cerfeda legt geduldig uit wat bij de moordopdracht de hiërarchische complicatie was. Greco en Pagliara behoorden tot zijn eigen clan. Daarom zouden die zijn orders zonder meer moeten uitvoeren. Palazzo was van een andere clan binnen Sacra Corona Unita. Palazzo zou hij daarom moeten betalen. Greco was het daarmee niet eens. Cerfeda: ‘Hij bood aan om de handeling uit te voeren maar Pagliara en Greco waren geen bloed-experts.’ Palazzo was volgens Cerfeda wel ‘een expert’. Palazzo zegt overigens dat bij die bijeenkomst alleen sprake was van het afpakken van de coke, niet van moord. In het volgende bedrijf gaat er van alles mis. Palazzo, Greco en Pagliara rijden twee keer vergeefs ‘s nachts naar Antwerpen. De coke kan niet van het schip af. Pas de derde keer komt het tot een aflevering. Maar dan blijken er nog twee van de twintig kilo te ontbreken. Waarom zou je mensen voor 18 kilo afschieten als het ook voor 20 kan, denkt Palazzo kennelijk. Hij laat Pagliara met de Brazilianen achter samen met 50.000 euro, de prijs voor het lossen. Met 18 kilo rijdt hij met Greco alvast naar Amsterdam. De Brazilianen hebben kennelijk volop vertrouwen in de goede afloop. Misschien omdat één van hen Aldo kent en hem vertrouwt. Eenmaal terug in Amsterdam constateert Palazzo dat ook Pagliara in zijn eigen auto al in Amsterdam is teruggekeerd. Hij was bang en is gevlucht. Het vertrouwde het niks, samen met de Brazilianen en 18 kilo onbetaalde coke. Volgens Cerfeda hebben de Brazilianen boos opgebeld. Palazzo keert dan in het holst van de nacht met Greco terug naar Antwerpen voor het laatste bedrijf. Daar perst het viertal zich, samen met de twee ontbrekende kilo’s, in de Punto. De 20 kilo is compleet.
Drie kogels ‘en klaar’
De reis gaat naar Amsterdam voor de afrekening, denken de Brazilianen. Volgens Palazzo vraagt Greco om een plaspauze midden op de snelweg bij Woerden. De alarmlichten gaan aan. Een Braziliaan stapt uit met Greco. ‘Na een minuut hoorde ik een pistoolschot’, zegt Palazzo. De andere Braziliaan achterin begint te schreeuwen. Palazzo zet de moter uit. Volgens Palazzo probeert Greco hem dan uit de auto te trekken. Dat lukt maar half, drie kogels ‘en klaar’. Hij blijft half in de deuropening steken. Dit alles is Palazzo’s verhaal. Maar wie geschoten heeft is allerminst zeker. Greco zwijgt erover. ‘Bloedexpert’ Palazzo kan kort na de moorden niet meer functioneren. Hij hoort Cerfeda aan de telefoon met iemand over hem spreken en is hij ervan overtuigd dat Cerfeda nu hem wil vermoorden. Hij vlucht in paniek weg uit het appartement van Cerfeda. In zijn onderbroek staat hij ‘s nachts op de Beethovenstraat te schreeuwen van angst. Of dat nu cocaïne-paranoia was of niet, Cerfeda is de laatste die hem kan kalmeren. Een paar dagen later geeft Palazzo zich aan in Italië. Hij is nu pentito en gaat in een beschermingsprogramma. Palazzo, noch Cerfeda, noch Greco worden vervolgd voor de A12-moorden.

