Jan van Looijen: Godfather van de Recherche

Nieuwe Revu (27-2-2008)
door Wim van de Pol

Het was die zomermiddag vorig jaar een benauwde boel in het zaaltje van de rechter-commis saris in Amsterdam. Alle Hells Angels- advocaten hadden zich naar binnen geperst. Hun aandacht was ge richt op politiefunctionaris Jan van Looijen. Advocaat Jillis Roelse hoorde hem als getuige in de grote Angels-zaak. Roelse: ‘Het begon er mee dat hij geen antwoord gaf op de meest voor de hand liggende inleidende vragen. Hij draaide zich ook steeds van me weg. Op een zeker moment heb ik een stoel gepakt en die zo gezet dat ik hem in zijn gezicht kon kij ken. Toen draaide hij zich weer van me weg. Uiteindelijk ben ik samen met vijf collega’s opgestapt. Hij heeft iedere procesdeelnemer simpelweg met respect te behandelen.’ Jan van Looijen is soms wat hoekig in de omgang. Toch vindt Holleeders advocaat Jan-Hein Kuijpers hem ‘een heel aardige man. Altijd lachen en handjes geven. Maar tijdens getuigenverhoren zegt hij he-le-maal niks.’ Nou doen CIE-chefs die voor de rechter moeten getuigen dat geen van allen, want ze schermen altijd hun informanten af. Van Looijen onderscheidt zich van hen door zijn vele dienstjaren. En ook doordat hij een oude kickbokser is. Misschien met versleten knieën, maar hij is nog steeds een spijkerharde en geslepen tegenstander en een moeilijk te im poneren heerschap. Tijdens de ge sprekken die hij voerde met de geliquideerde vastgoed handelaar Willem Endstra zette hij de onlangs wegens afpersing tot 8 jaar veroordeelde Willem Holleeder weg als ‘die glazen kaak’ die ‘helemaal niet zo’n held is,’ en van angst ‘rammelt in zijn tuig.’
Een journalistiek portret maken van Jan van Looijen is even lastig als Holleeder recher cheren toen die nog vrij rond scooterde door Amsterdam. Veel (oud)-politiecollega’s lijken beducht iets prijs te geven. Weinig mensen willen met naam en toenaam iets vertellen. Zelfs zijn natuurlijke tegenstanders in de advo catuur en de onderwereld zijn op hun hoede. Die beduchtheid is wel enigszins voorstelbaar. Tientallen jaren stond Van Looijen aan het hoofd van de Criminele inlichtingen Eenheid (CIE) in Amsterdam, opvolger van Criminele Inlichtingen Dienst (CID). Om een oude wijs heid te gebruiken: kennis maakt macht. En zeker als die kennis geheim en anoniem is.
Het was op de drempel van de jaren negentig altijd oergezellig in de bar van het Amsterdamse Apollo hotel. Drugsbaron Klaas Bruinsma was goed voor vele rondjes. Voor zakenlieden uit de bovenwereld op zoek naar het snelle geld en voor hasjhandelaren was het the place to be. Vastgoedmannen met grootse plannen, zoals Willem Endstra en John Wijsmuller, kwamen er vaak. De twee richtten in een piepklein pandje tussen Apollo hotel en Apollo-hal heel wat bv’tjes op. ’s Zomers zaten op het terras keuvelende heren terwijl aan de overkant van het water agenten van de Amsterdamse gemeentepolitie hun eerste richtmicrofoons uitprobeerden. Maar ook bin nen in het Apollo was de politie present in de persoon van de rechercheur van de CIE, Jan van Looijen. Samen met zijn vaste partner Jan B. vormt hij het duo Jan & Jan. ‘Mijn vrouw schaakte daar wel eens met Klaas Bruinsma,’ zegt meesteroplichter Ari OIivier. Olivier frequenteerde de Apollo-bar ook en niet alleen omdat zijn vrouw er bardame was. ‘Jan van Looijen was een goeie bekende van Klaas Bruinsma. Ik weet zeker dat ze elkaar vaak spraken, ook buiten het Apollo.’ De overleden Haarlemse offi cier van justitie Onno van der Veen zei in 2000 in een gesprek met NOS verslaggever Lex Runderkamp en de schrijver van dit artikel zeker te weten dat Jan van Looijen Bruinsma gebruikt heeft als informant. Het zou zomaar kunnen. Van Looijen zit graag boven op de Amsterdamse zware jongens. Ari Olivier werd informant van Jan & Jan. Hij zat in zaken van allerlei karakter en tipte wel eens wat over gestolen kunst. Door Olivier leerde Van Looijen ook Johan V., de latere Hakkelaar, kennen. Johan begon als chauffeur van Olivier aan het grote werk te ruiken. Jan & Jan zaten regelmatig bij Olivier thuis aan de warme maaltijd. In 1989 speelden Olivier en Van Looijen een rol bij de overdracht van het losgeld aan de ontvoerders van de Belgische politicus Paul Vanden Boeynants. De hoogte van dat losgeld is door de CIE altijd geheim gehouden, zoals Jan van Looijen vele geheimen kent. In 1990 startte het pas opgerichte IRT, een interregionaal rechercheteam dat zich met name op de drugscriminaliteit richtte en later in opspraak kwam, een groot onderzoek naar Klaas Bruinsma. Het belastingdossier van Bruinsma werd opgevraagd, maar bij de Belastingdienst waren uitgerekend de Bruinsma mappen spoorloos verdwenen. Later kwam het CID-koppel Jan & Jan doodleuk met het dossier aanlopen. Dat de broer van Jan B. bij de Belastingdienst bleek te werken, deed intern de wenkbrauwen fronsen. Het IRT eiste opheldering over de herkomst maar Jan & Jan wilden alleen kwijt dat de papieren ‘in het milieu’ boven water waren gekomen. Het IRT verbrak daarop de relatie met Jan van Looijen, een vertrouwensbreuk die bij de latere IRT affaire nog een staartje zou krijgen.
Vertrouwelijke informatie, dat is de handel waar waar Jan van Looijen vanaf 1980 bij de Amsterdamse politie groot in is geworden. Van Looijen heeft een fenomenale kennis van criminele activisten en vooral over de van oor sprong Amsterdamse criminele groepen. Het pikante aan Van Looijen is dat zijn werk zijn vechtsporthobby overlapte. Hij hing rond met spierbundels die op de Wallen aan de deuren stonden. ‘Hij praat op hetzelfde niveau. Hij is één van hen,’ zegt een Amsterdamse advo caat. Eén van de oudste vechtsportkameraden van Van Looijen bewaakte voor de Hakkelaar in Canada een kamer vol met hasjgeld. Zijn uitstekende criminele contacten stuwden Van Looijen naar de top van de Amsterdamse CID. Hij werd een leider, een man die mensen vertelde over welke vakjes ze van A naar B moeten lopen. En dat deden de meeste mensen ook. Een oud-rechercheur: ‘Jongere collega’s die hoger in rang zijn windt Van Looijen om zijn vinger. Die missen gewoon zijn gogme en zijn power.’ Aan kritiek had Van Looijen een hekel. Veel collega’s bij de CIE hielden het niet met hem uit. Ze werden ziek, overspannen of zijwaarts gepromoveerd. Een oud-collega: ‘Als Van Looijen zijn zin niet kreeg, knipte hij met zijn vingers en zat commissaris Van Riessen naast hem om hem te steunen.’ Van Looijen kan intimiderend overkomen. Advocaat Jan Boone kreeg na een zitting van Van Looijen toegevoegd: ‘Jij komt nog wel eens aan de beurt.’ Het is onduidelijk wat hij daarmee bedoelde. Boone en Van Looijen hebben een oude band via Martin Hoogland, de vermoorde oud-politieman die is veroordeeld voor de moord op Klaas Bruinsma. Boone was zijn advocaat, Van Looijen was er – in de ogen van Boone – verantwoordelijk voor dat Hoogland is aangehouden en veroor deeld. Toen Klaas Bruinsma op 27 juni 1991, ’s ochtends om half vijf, op de tegels naast het Amsterdamse Hilton lag, zorgde dat voor een hectische ochtend bij de recherche in de hele Randstad. Jan van Looijen was de kalmte zelve, hij had ook direct al een mogelijke verdachte op het oog, zeggen toenmalige rechercheurs. Dat was Martin Hoogland, een oud-politieman die eind jaren tachtig de politie verruilde voor de Joegoslavische onderwereld. Van Looijen en Hoogland kenden elkaar van de politie. Het was oud-collega Van Looijen die Hoogland vanuit diens huis meetroonde naar het bureau. Of hij even een getuigen verklaring wilde afl eggen. Eenmaal op het bureau was Van Looijen verdwenen, vertelt advocaat Boone. Hoogland werd gearresteerd omdat zijn verhaal ongeloofwaardig zou zijn. Boone: ‘Het was dus een smoes. Ze hadden hem nooit zo mee mogen nemen naar het bureau.’ Er was aanvankelijk geen bewijs dat Hoogland de moord had gepleegd en hij werd vrijgesproken. Maar later ging Hoogland door kroongetuige Steve Brown toch voor de bijl. Hij verklaart dat Hoogland hem in geuren en kleuren over de moord had verteld.
In het afpersingsdossier tegen Willem Holleeder zitten twee ordners vol met ano nieme CIE-informatie. Als chef heeft Jan van Looijen de meeste van die verbalen onder tekend. Die verbalen vormen misschien op zich geen bewijs, maar Kuijpers zegt: ‘Loop als rechter maar eens om al die belastende ano nieme informatie heen.’ Natuurlijk, het ligt voor de hand dat Kuijpers als advocaat alle belastende informatie over cliënten afdoet als onzin. Maar wat vaststaat, is dat zulke anonieme informatie inderdaad niet controleerbaar is. Een rechter kan niet bepalen of het roddel en achterklap betreft of feiten. De rechtbank is volledig afhankelijk van de betrouwbaarheid van de CIE, in dit geval Jan van Looijen. En hoewel anonieme processen-verbaal geen bewijs zijn, kan de CIE er wel een strafrech telijk onderzoek tegen iemand mee forceren. Kuijpers wijst op de tientallen hoog opgetaste dossiers over allerlei strafonderzoeken in zijn werkkamer. ‘Zonder alle CIE-info lag de helft van deze dossiers hier niet, want dan waren het nooit strafrechtelijke onderzoeken ge worden. Daarom is Van Looijen één van de machtigste mannen van opsporend Nederland.’ Een oudgediende bij de Amsterdamse recherche: ‘Het ging bij de CIE-verbalen van Van Looijen altijd om harddrugs en altijd om duizenden kilo’s. Regelmatig bleef er voor de rechter weinig van over. Bleek het allemaal niks of ging het alleen om softdrugs.’ Tijdens zijn loopbaan voor de CID en later de CIE had Van Looijen een voorkeur voor één bepaalde groep criminelen, kort gezegd: de Hollandse netwerken. Hij ergert zich aan bepaalde fi guren die schijnbaar onaantastbaar ‘door de stad vliegen.’ Willem Holleeder laat via zijn advocaat weten dat hij het gevoel heeft dat Van Looijen hem persoonlijk een hak heeft willen zetten. ‘Lang geleden heeft hij een keer tegen mij gezegd: ‘Ik ga jullie pakken.’’ Fanatiek heeft Van Looijen verder ‘gewerkt op’ Cor van Hout, Johan V., Sam Klepper, John Mieremet en Mink K.. Met een zeker succes, samen kregen deze topfi guren bijna twintig jaar gevangenisstraf. Advocaat Boone: ‘Hij heeft natuurlijk wel effectief werk ge daan. Hij heeft geholpen honderden mensen te veroordelen.’
In dezelfde periode zijn er in het criminele milieu tientallen mensen vermoord. De CIE in Amsterdam heeft hier met de neus bovenop gestaan. Dat komt doordat de CIE van infor manten in het milieu geregeld tips krijgt over bedreigingen. De politie ziet het als een plicht potentiële slachtoffers te waarschuwen voor doodsbedreigingen. Door deze wetenschap door te geven aan beoogde slachtoffers – en ook aan daders – heeft de politie tientallen liquidaties kunnen voorkomen. Tegelijk hebben de tientallen ‘waarschuwings gesprekken’ in het milieu in toenemende mate voor onderling wantrouwen gezorgd. Zeker toen door de jaren heen voortdurend allerlei liquidaties werden gepleegd. Angst is een slechte raadgever en kan geweld uit lokken. Voor de Amsterdamse politie bood die angst in de onderwereld ook mogelijk heden. De verontwaardiging bij het publiek over de liquidatiegolf nam toe. De Amsterdamse com missaris Van Riessen hamerde er al jaren op dat hij zware criminelen wilde ‘tegenhouden’ en hen het leven zuur wilde maken. Een andere Amsterdamse commissaris, Pronker, wilde de ‘spanning in het criminele systeem verhogen.’ Een brede kring van advocaten vindt dat de CIE in Amsterdam de anonieme bedreigingsinformatie opportunistisch heeft gebruikt. Advocaat Nico Meijering gelooft ook niet dat de bedreigingen altijd even reëel zijn: ‘De CIE benadert mensen uit het milieu met de mededeling dat ze ‘hoog op de lijst staan’, maar zegt vervolgens niet uit welke hoek de informatie komt, terwijl er verder geen enkele bescherming wordt aangeboden. Die kunnen ze alléén krijgen als ze gaan praten’. Kuijpers: ‘Anonieme bedreigingsinfo terugmelden naar het milieu is verdeel en heers-politiek. Ik denk dat Van Looijen verdomd goed kan schaken.’ Jan Boone: ‘Die gesprekken zijn gewoon een opsporingsmethode. Eerst de dreiging melden, dan worden mensen doodsbang, vooral de vrouwen, en dan gaan ze je telefoon afluis teren.’
Door de aard van het werk zit de recherche de gewelddadige dood soms akelig dicht op de hielen. Soms zitten rechercheurs er letter lijk met de neus bovenop. Martin Hoogland, de moordenaar van Klaas Bruinsma, zei dat hij vóór de moord in de Julianabar van het Hilton nog een gesprek had gevoerd met een hem bekende rechercheur die daar toevallig aanwezig leek te zijn. Maar zo toevallig was dat niet. Een observatieteam had Bruinsma eerder tot aan het Hilton gevolgd. ‘De enige twee rechercheurs in de stad die dienst hadden – het ‘nachtpiket’ – waren met Bruinsma in de Juliana-bar,’ zo stelt een oud-rechercheur tegen Nieuwe Revu. ‘Op last van Jan van Looijen moesten ze kijken of Bruinsma misschien met een vrouwelijke politiecollega aanpapte.’ De zelfde bron stelt dat er een CIE’er zat te eten in het restaurant waar in 2000 crimineel Jan Femer een afspraak had. Femer kwam niet opdagen, hij werd vlak voor de deur dood geschoten. De CIE’er hoorde de schoten. Het is puur toeval maar het geeft wel aan hoe griezelig dicht het CIE-werk bij de moord dadige criminele werkelijkheid kan komen. En niemand van de politie heeft zo boven op de gangsteroorlog van de afgelopen decennia gezeten als Jan van Looijen. Niemand bij de politie kent (en kende) zoveel vooraanstaande criminelen persoonlijk. Inmiddels heeft hij de respectabele leeftijd van 63 jaar bereikt. In 2006 verhuisde hij naar de UCTA (Unit Contra Terrorisme en Activisme) van de Nationale Recherche, na bijna dertig jaar CIE. Advocaat Kuijpers: ‘Maar het maakt niet uit of hij bij de CIE in dienst is of niet. Hij blijft dé vraagbaak. Hij heeft zoveel informatie over iedereen in zijn hoofd. Tot ver na zijn pensionering zal hij daarom macht behouden.’

Kader: Lekken bij de politie en de liquidatie van Evert Hingst
In december 2005 stond er grote druk op politie en Openbaar Ministerie, nadat er vlak na elkaar vier liquidaties waren gepleegd. Men vond dat Hol leeder nodig moest worden aangehouden. Bovendien stond al jaren vast dat er heel gevoelige informatie uit de boezem van de recherche lekte. Uit de uitgelekte achterbankgesprekken met Endstra kwam naar voren dat er een corrupte ‘Pet’ bij de Amsterdamse politie zou zijn. Getuigen tegen Holleeder zoals Endstra en ook Thomas van der Bijl waren vanwege het lekken van die ‘Pet’ bang om verklaringen af te leggen. Van der Bijl zei in een gesprek met de politie zelfs door officier van justitie Fred Teeven hiervoor gewaarschuwd te zijn.
Thomas: ‘Ik heb de baas gespro ken (…) eh officier…’
Politie: ‘Oh, je bedoelt Teeven. Die heb tegen je gezegd dat je niet met Amsterdam mocht praten.’
Thomas: ‘Dat ik anders gevaar liep.’
Politie: ‘Dat is vorig jaar gebeurd?’
Thomas: ‘Ja, het schijnt toch dat mensen bij jullie praten.’
Politie: ‘Wat een lul, zeg. Sorry dat ik het zeg, maar… we staan allemaal voor hetzelfde, Thomas.’
Thomas: ‘Ik ben natuurlijk zelf heel bang nu.’

Een tragisch gesprek, zeker met de wetenschap achteraf dat Thomas van der Bijl korte tijd later werd doodgeschoten. Half januari 2006 werd naar de media gelekt dat een van corruptie ver dachte rechercheur van de Nationale Recherche was aangehouden. Deze Sjaak K. zou gevoelige politie-informatie aan het criminele milieu hebben verkocht. Een paar weken later reed een arrestatieteam Willem Holleeder klem op de A4. Die volgorde lijkt niet toevallig te zijn geweest. Door de arrestatie van Sjaak K. zouden geheime getuigen tegen Holleeder niet meer bang hoeven te zijn dat hun identiteit naar het milieu zou lekken. Eerder deze maand sprak de Amsterdamse rechtbank K. vrij wegens gebrek aan bewijs. Na de vrijspraak rest de vraag: als er geen bewijs is dat Sjaak K. heeft gelekt, wie deed dat dan wel? Hoe kwamen bijvoorbeeld geheime PowerPoint-presentaties over liquidatieonderzoeken in het milieu terecht? In het dossier zijn geen aanwijzingen te vinden dat K. daar bij kon. En er blijkt ook niets over zijn betrokkenheid bij het lekken naar het milieu en de media van een serie geheime CIE-verbalen over dodenlijsten. Meijering stelde tegenover de rechtbank dat uit een verklaring van Telegraaf journalist John van den Heuvel, afgelegd bij de rechter-commissaris, blijkt dat Jan van Looijen kennelijk de CIE-verbalen over de dodenlijsten naar De Telegraaf heeft gelekt. De Telegraaf publiceerde in 2002 als eerste over de zeven geruchtmakende verbalen. In die stukken staat onder meer informatie over bedreigingen aan Willem Endstra. John van den Heuvel heeft er kend dat hij soms informatie van de politie krijgt. In een verhoor in de zaak tegen Sjaak K. spreekt hij van ‘bewust lekken’ door de politie. ‘In de loop van de tijd kreeg ik relatief veel CIE-verbalen,’ zegt Van den Heuvel. In een andere zaak zegt getuige Van den Heuvel in een door hem zelf ondertekende verklaring dat hij informatie ‘via de CIE, Jan van Looijen’ heeft gekregen. Dat laatste ontkent Van den Heuvel nu. Vlak voor het sluiten van het onderzoek in de zaak-Sjaak K. schreef hij ook een brief met die boodschap aan het Openbaar Ministerie. Van den Heuvel zegt daarin dat hij niet heeft bedoeld te zeggen dat hij de informatie van Jan van Looijen heeft gekregen. John van den Heuvel is wel enige tijd verdachte geweest. ‘Waarom is Jan van Looijen nooit verdachte geweest?’ vraagt Nico Meijering zich af. De rechtbank die K. vrijsprak vond de aanwijzingen tegen Van Looijen ‘feitelijk onvoldoende aannemelijk’ en ook niet relevant voor de zaak tegen K.. De rechtbank voegde daaraan toe ‘geenszins’ uit te sluiten dat er bij de politie ook andere functionarissen dan Sjaak K. ‘als (potentieel) verdacht kunnen worden aangemerkt.’ Feit is wel dat de gelekte CIE-verbalen voor onrust in het criminele milieu hebben gezorgd. Meijering haalde in zijn pleidooi het geval van de liquidatie van onderwereldadvocaat Evert Hingst aan. In een van de processen verbaal staat de volgende passage over Hingst. ‘Evert Hingst staat op een dodenlijst waar Mink K. ook op staat. Eén en ander in verband met problemen tussen hun organisatie (…) en de Joegoslaaf J.. Evert Hingst wordt ervan verdacht informatie door te geven aan een overheidsdienst omtrent zijn criminele relaties.’ Meijering vraagt zich af: ‘Waarom staat dat in een CIE-verbaal, met zijn naam en adres erbij?’ Meijering stelt dat deze ‘bijkans dodelijke informatie’ eigenlijk vooral interessant is voor een deel van het milieu, helemaal niet voor de politie, waar een CIE-verbaal voor is bedoeld. ‘CIE’ers willen toch nooit wat zeggen over CIE-informatie omdat hun informant dan een risico zou lopen? Ik vind het een grof schandaal dat nooit is uitgezocht hoe het komt dat juist deze passage over Hingst is uitgelekt. Waarom is Jan van Looijen daar nooit naar gevraagd? Dat moet tot op de bodem worden uitgezocht. Als dat niet gebeurt kan ik niet anders dan daar iets duivels achter zien.’ Hoe dan ook, de feiten zijn dat het CIE-verbaal uitlekte en Evert Hingst daarna in oktober 2005 dood tussen de vuilniszakken op de stoep lag.

Kader: Kickboksen
an van Looijen heeft als vechtsport fanaticus mede aan de basis gestaan van de huidige Nederlandse successen in het kickboksen en freefi ght. In de jaren zeventig volgde hij een trainingsstage bij een beroemde sensei in de wijk Mejiro in Tokio. Daarna introdu ceerde hij het Muay Thai Boxing in Nederland samen met onder meer Jan Plas. Mejiro Gym aan de Amsterdamse Lauriergracht van Plas heeft kampioenen als Bonjasky en Aarts voortgebracht. Van Looijen is nog steeds bestuurslid van de Ne derlandse Kick Boxing Bond en scheidsrechter.

Kader: Het ontstaan van de CIE
Het werk van de Criminele Inlichtingen Eenheid (nu CIE, vroeger CID) ontstond vanuit de gewone tactische recherche. Verdachten legden een ondertekende verklaring af, maar wilden soms off the record nog wel wat meer zeggen, vooral over collega-criminelen. De rechercheur schreef dat op in zijn aantekenboekje en probeerde, met afscherming van de bron, de zaak dan op te pakken. Vanaf de jaren tachtig heeft elk politiekorps een professionele CIE met een database aan tipgevers en informatie. In verband met hun veiligheid wordt de identiteit van die tipgevers zeer geheim gehouden. De CIE komt dus met processen-verbaal vol anonieme en niet altijd controleerbare informatie. Hoewel die informatie niet direct als bewijs wordt gebruikt, wordt die wel ingezet om een strafrechtelijk onderzoek naar iemand te starten en verdachten aan te houden. Jan van Looijen is zeker 25 jaar plaatsvervangend chef, coördinator en teamleider geweest van de Amsterdamse CIE en de Nationale Recherche. In de praktijk wil dat zeggen dat hij al die tijd kapitale invloed had op welke CIE-informatie werd geverbaliseerd en tactisch – dus openbaar – werd gemaakt.

Reactie KLPD:
‘Het Korps landelijke politiediensten neemt met kracht afstand van het artikel over Jan van Looijen. Met name de insinuaties en beschuldigingen van enkele raadslieden zijn niet alleen absurd en verwerpelijk, maar vooral ook zeer zorgelijk. Het KLPD maakt zich dan ook ernstig zorgen over de gevolgen die het ten onrechte verdacht maken van deze politiefunctionaris kan hebben. Het is bekend dat enkele beweringen van raadslieden on volledig of tegen beter weten in zijn gedaan. Al eerder zijn pogingen gedaan Van Looijens betrouwbaarheid onderuit te halen. Dat is niet gelukt en ook rechtbanken hebben dergelijke pogingen verworpen. Daarnaast vinden wij dat het artikel feitelijke onjuist heden bevat en geeft het een subjectief, gekleurd beeld van de persoon. Jan van Looijen is een professionele en integere politieman, die zijn werk onder vaak moeilijke omstandigheden uitstekend doet. Het KLPD heeft het volste vertrouwen in hem.’ ▲