Nieuwe Revu nummer 18, 29 april 2008
Door Wim van de Pol
Nedim Imaç was een gevierde Amsterdammer. Hij sponsorde Türkiyemspor en ontving Prins Willem Alexander en burgemeester Cohen. Hij had ook een schaduwzijde: hij zat zwaar in de verdovende middelen. Bovendien was hij informant en had hij contacten met de Turkse Grijze Wolven.
Op een troosteloos bedrijventerrein in Amsterdam Osdorp was het einde verhaal voor Nedim Imaç (40). De avond van 17 februari 2007 stond zijn Mercedes Jeep verloren op de stoep bij een Turks restaurant. De Bentley had thuis moeten blijven. De politie vond in zijn appartement nog ruim 200.000 euro aan contanten. De Rolex van de buitencategorie zat om zijn pols, het exemplaar van Franck Müller was die avond niet uitverkoren. Opvallend was dat een Amsterdamse politiechef meteen die avond op de plaats delict wist te melden dat de moord een afrekening in het criminele milieu betrof.
Imac was een big spender. Zijn kennissen stootten elkaar wel eens aan, hij zou wel ‘een miljoen per dag’ kunnen uitgeven. Hij was een succesvolle ondernemer in textiel en electronica. In 1990 werd hij voorzitter van de amateurclub Türkiyemspor. De club bereikte onder zijn leiding de hoogste klasse van het amateurvoetbal en werd in 2003 en 2006 Nederlands kampioen bij de zondagamateurs.
Kort voor de moord had Imaç aangekondigd opnieuw het voorzitterschap van Türkiyemspor op zich te nemen. De Belastingdienst vond dat er nog 1,3 miljoen door de club betaald moest worden. Imaç zou er goed voor zijn, net zoals hij goed was voor de slachtoffers van de Turkse aardbeving in 1999. Nedim Imac was een volksheld. Maar een paar dagen na de liquidatie wist De Telegraaf al vanuit ‘justitiekring’ dat Imaç in de heroïnehandel zat en kopstuk was van de ‘gevreesde Turkse heroïnemaffia’.
Er blijkt een nog duisterder kantje aan Imaç te kleven. Hij was informant van de Amsterdamse politie. Dat stellen niet alleen bronnen binnen het milieu maar ook een oud-medewerker van de Nationale Recherche. Het is niets bijzonders dat een crimineel informatie geeft aan de politie. Maar het is wel opvallend als die crimineel vele jaren lang nooit wordt gepakt. Terwijl tegelijkertijd de Amsterdamse politie, en later de Unit Randstad-Noord van de Nationale Recherche, hele series Turken-onderzoeken draaiden. Imaç kwam daarbij soms wel in beeld maar bleef uit de dossiers.
Eind 1998 draait de Amsterdamse politie het Kilo98 onderzoek. Een observatieteam van de Amsterdamse politie constateert een transactie van een pak heroïne en een sporttas. Volgens het dossier ging het om 26 kilo heroïne tegen een flink bedrag aan Britse ponden. De leverancier van de heroïne werd opgepakt samen met vier anderen. Hoofdverdachte in dat onderzoek - Hüseyin C. - ging in Istanbul voor de bijl. Maar de man die met de Britse ponden de heroïne kocht kon rustig wegrijden. Zijn naam was Nedim Imaç, toen al de gulle gever van Türkiyemspor. ‘Hüseyin C. was een partner van Imaç. Imaç kwam toen ook al op televisie met Turkiyemspor,’ zegt een medeverdachte in die zaak.
Voor de toenmalige politiechef John Olierook, hoofd van het Turken-team, was Imaç een waardevolle informant. Olierook kwam in april 1999 nog op radio en televisie. Zijn Unit 7 had het internationale criminele netwerk van de beruchte Turkse Pakistaan Lala ontmanteld. Mede dankzij de info van Imaç, weten we nu. Olierook bestreed bij de rechtbank dat Imaç heroïne in ontvangst genomen had. Toch houdt één van de toenmalige verdachten nog steeds voet bij stuk.
Als de politie wist dat Imaç rijk aan het worden was met heroïnehandel terwijl hij tegelijk informant dan was hij eigenlijk een criminele burgerinfiltrant. En dat is een verboden opsporingsmethode. De politie wist ook dat crimineel geld zich aan het invreten was in de bovenwereld, bijvoorbeeld in de voetbalclub Türkiyemspor. Dat wist de politie ook toen Willem Alexander in 2000 Imaç de hand schudde op sportpark Spieringhorn. De vraag is of Imaç toen nog steeds informant van de Amsterdamse politie was.
In 2005 heeft de Nationale Recherche serieus onderzoek gedaan naar een tip dat Imaç opdracht zou hebben gegeven voor een bomaanslag. Beoogd slachtoffer was een gewelddadige Turk die zijn BMW 645i graag pontificaal voor de deur van trendy gelegenheden in Rotterdam parkeerde. Na een tip bij Meld Misdaad Anoniem en afgeluisterde telefoongesprekken heeft de politie deze aanslag weten te verijdelen. De man die de aanslag voorbereidde is over Imaç verhoord maar was ‘bang’ om te verklaren.
Bronnen uit het Turkse milieu die Imaç goed hebben gekend stellen dat Imaç in Turkije contacten met de Grijze Wolven heeft opgedaan. Hij zou gedetineerd hebben gezeten met een kopstuk van de ultra-rechtse ülkücü. Daarna is hij in Cannes gearresteerd in verband met een partij grondstoffen voor heroïne. Een gezamelijke zakenpartner van Hüseyin C. en Nedim Imaç stelt dat Imaç door zijn relaties met de Grijze Wolven interessant werd voor de toenmalige BVD. Toen hij zich definitief in Nederland vestigde zou hij ook informant voor de BVD zijn geweest.
De link met de Grijze Wolven deelt Imaç met een aantal Turken die samen met Willem Holleeder werden gezien. Volgens een zeer goed ingevoerde bron die voor de Nationale Recherche heeft gewerkt overlapte het netwerk van Imaç met dat van Servet Y. Y. was bestuurder van verschillende Turkse verenigingen en stichtingen die geassocieerd werden met de Grijze Wolven. Daarnaast was Y. voorzitter van de voorloper van Türkiyemspor. Later werd deze Servet Y. medeverdachte in de afpersingszaak van Holleeder. Na een verlof om in Turkije een begrafenis bij te wonen keerde hij niet terug.
Imaç en de Turken rond Y. zouden een aanvoerlijn van heroïne hebben gedeeld. Het gaat om een groep die wordt gecontroleerd door Ramazan Y., een figuur die de Turkse politie zou associëren met de Grijze Wolven. Deze zelfde bron, en daarnaast een bron uit het Turkse milieu, vermoeden beide dat de reden van de liquidatie van Imaç ligt in onenigheid met criminelen in Turkije. Daarnaast doet het verhaal de ronde dat Imaç verantwoortdelijk is gesteld voor een verdwenen partij cocaïne van zeker 100 kilo.
Het Openbaar Ministerie verdenkt oud-voetballer van Türkiyemspor Ali A. ervan opdracht te hebben gegeven voor de liquidatie van Nedim Imaç. A. wordt ook verdacht van andere liquidaties zoals die op vastgoedhandelaar Kees Houtman. De niet erg solide gebleken kroongetuige Peter La S. zegt dat Imaç op de dodenlijst van Ali stond. Het Openbaar Ministerie ondersteunt deze bewering met in Turkije getapte telefoongesprekken.
Hiertegen pleit dat Ali A. en Imaç volgens velen juist op goede voet stonden, zelfs zakenpartners waren. In een Mercedesbus die bij de moord is gebruikt vond de politie een haar waarvan het DNA overeenkomt met dat van een 37-jarige Amsterdammer. Maar geen enkel bewijs ondersteunt dit spoor.

