De Ankara Connectie

Nieuwe Revu (6-2-2008)
Door Wim van de Pol

Bof. Verder is het doodstil op het industrieterrein in Helmond. Het is rond 01.45 in een winternacht in 2005. Even later klinkt weer: bof. Twee dikke pakken Turkse heroïne zijn uit de trailer van een vrachtwagen op het asfalt gelost. Duistere figuren schuiven pakketten in de achterbak van een Seat. Verscholen in de bosjes ziet een rechercheur van de Nationale Recherche het gebeuren. ‘Actie, actie,’ klinkt het in de oortjes van het politieteam. Even later zijn drie mannen ingerekend en gaat er 100 kilo heroïne van de straat.

Binnenin de trailer luistert een vierde man met ingehouden adem naar de stemmen van de politiemannen buiten. Die hebben hem de hele dag geobserveerd en hem Sjaaltje gedoopt, naar het witte sjaaltje om zijn hals. Maar Sjaaltje heeft mazzel, de politie keurt de inhoud van de trailer geen blik waardig. Later die nacht rijdt de politie de vrachtwagencombinatie naar een politiebureau in Amsterdam. Ergens onderweg – waarschijnlijk bij een benzinepomp – gaat het dekzeil van de trailer open. Een schim verdwijnt in de nacht, verdachte Sjaaltje ontkomt. De vraag is waarom. Waarom checkte de politie de trailer niet op heroïne of andere verdachten? De inzet van criminele infiltranten is in Nederland volstrekt verboden en als een verdachte bewust mag ontsnappen lijkt hij op een criminele infiltrant.

Bijna drie jaar later begint pas duidelijk te worden welk spel er is gespeeld. De rechtbank in Rotterdam behandelt de slepende Benoit-zaak, over een vrachtauto met heroïne die in Duitsland is gepakt. Maar ook de Helmondse zaak komt aan de orde. Het is gebleken dat het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) een intern integriteitonderzoek heeft gedaan naar een eigen medewerker die beide zaken heeft begeleid. Actualiteitenprogramma NOVA toonde in december aan dat deze Nederlandse KLPD’er, een liaison (verbindingsofficier met de Turkse justitie en politie in Ankara), ervoor heeft gezorgd dat de verdachte in de trailer kon ontkomen. Sjaaltje was namelijk een criminele informant van de Turkse autoriteiten.

Eigenlijk was hij een criminele infiltrant die meerdere heroïnetransporten naar Nederland hielp optuigen. Sterker nog: tijdens de rechtszittingen in de Benoit-zaak was sprake van meer informanten. De indruk is gewekt dat er in Turkije een heuse criminele organisatie van zeker drie ‘informanten’ vrachtwagentransporten met heroïne organiseerde. De rechtbank wil weten of de Nederlandse liaison in Ankara zich persoonlijk – en dus illegaal – bemoeide met de infiltraties. Volgens het interne KLPD-rapport was dat niet zo. Natuurlijk: hij tipte wel de Nationale Recherche over de Helmondse zaak en over andere heroïnetransporten. Maar dat was gewoon zijn werk.

Een anonieme bron die de zaak goed kent vertelt nu aan Nieuwe Revu dat de liaison in Turkije persoonlijk contact had met een aantal criminele informanten. Dat is een explosieve bewering. Zoiets is absoluut illegaal en zou de integriteit van deze politieman zwaar ter discussie stellen. KLPD-commissaris Fred Westerbeke stelde in de NOVA-uitzending dan ook vierkant: ‘Ik sta voor de integriteit van mijn bedrijf.’ Minister van justitie Hirsch Ballin onderschreef zijn verklaring. De bewering van deze anonieme bron mág gewoon niet waar zijn.

Want boeven met boeven pakken is echt verboden sinds de IRT-affaire die begin jaren negentig aan het licht kwam. Daarin bleek dat via het inschakelen van criminele informanten partijen drugs met medeweten van politiemensen werden doorgelaten en op de markt vangen. Dit met het doel daarna de grote vissen te pakken. Maar door onbetrouwbaarheid van informanten, hun onduidelijke relaties met politiefunctionarissen én het gebrek aan controle van bovenaf leek het middel erger dan de kwaal. De justitieminister verbood op aanbeveling van de commissie Van Traa die de IRT-affaire onderzocht dan ook deze praktijken voor de toekomst.

Toch blijkt uit de zaak-Benoit dat dergelijke zaken nog steeds lijken te gebeuren. Een aantal collega’s van de liaison in Ankara hebben – met naam en toenaam – dan ook vraagtekens gezet bij diens handelen. Waarom spande hij zich er zo voor in dat Sjaaltje mocht ontkomen? En waarom bemoeide hij zich zo intensief en persoonlijk met het tipgeld van de belangrijkste criminele informant C.? Deze C. stuurde Sjaaltje aan vanuit Turkije en heeft volgens een getuige 10.000 euro tipgeld ontvangen voor de Helmondse zaak. C. wilde ook geld voor het ‘Benoit-transport’, maar de Nederlandse Nationale Recherche weigerde dat te betalen omdat C. 3 kilo extra heroïne voor zichzelf op de vrachtwagen had gelegd.

Er was al wel op verzoek van de liaison in Ankara een concept-beloningsvoorstel voor C. gemaakt. De liaison vond het ‘erg spijtig’ dat de beloning niet door ging. Hij vond het kennelijk zo ‘spijtig’ dat hij een half jaar nadien nog eens aandrong op betaling van het tipgeld aan de criminele informant C., ditmaal bij zijn Nederlandse collega-liaison in Istanbul. Hij deed dat vanaf zijn nieuwe post in het verre Colombia. De Benoit-zaak is een open zenuw voor de leiding van de Nationale Recherche en het KLPD.

Nederland staat onder grote druk van Amerika, Duitsland en Turkije om mee te doen met de bestrijding van de internationale heroïnehandel die deels over Nederlandse bodem gaat. In NOVA heeft het hoofd Narcotica van het Anti-Smokkel Departement in Ankara ook bevestigd dat er daarbij in Turkije gebruik wordt gemaakt van infiltratietrajecten. Net als in de VS en Duitsland. De vraag rijst of het KLPD daar, ondanks het wettelijke verbod, ook niet af en toe aan meedoet. ‘Normaal kijken Nederlandse rechtbanken niet zo nauw naar de samenwerking met het buitenland. Maar de rechtbank in deze zaak wil toevallig het naadje van de kous weten,’ zegt Jos Rijser, één van de betrokken advocaten in de Benoit-zaak.

Afhankelijkheid van criminele informanten is extra risicovol als die worden aangestuurd binnen internationale samenwerkingsverbanden, zoals die tussen Nederland en Turkije. Dat blijkt wel uit de jarenlange interne strijd tussen de liaison in Ankara en een Turkse tolk. Deze functioneerde binnen de Nationale Recherche alsof hij een topfunctie had, juist in de samenwerking met de Turken. ‘De liaison had problemen met de positie van de tolk.

Hij had rechtstreeks contact met de Turkse teamleiders,’ vertelde een KLPD’er tegen de rechtbank. De liaison die aangesteld was voor de samenwerking tussen de politie in Turkije en Nederland voelde zich buitengesloten. In de praktijk deed de tolk direct zaken met de Turkse sleutelfiguren in Ankara of Istanbul. Sneller, directer en effectiever, vonden ook Nederlandse spelers als officier van justite Fred Teeven en commissaris John Olierook. Johan van Kastel, oud-chef van de Nationale Recherche: ‘Wij hadden geen liaison meer nodig, wij hadden de tolk.’ Dit tot ergernis van de liaison in Ankara, en overigens ook van diens voorganger die opmerkte: ‘Deze tolk geeft gevraagd en ongevraagd informatie aan de Turken.’

Dat de tolk uitgelezen contacten in Turkije heeft staat vast. Een oud-rechercheur van de Nationale Recherche: ‘John Olierook [destijds commissaris bij de Nationale Recherche] vertelde wel eens over bezoeken aan Turkije. De tolk belde persoonlijk met de minister. En iedereen boog als een knipmes voor hem.’ Zelf zei de tolk het als volgt toen hij als getuige in de zaak-Benoit voor de rechtbank stond: ‘Ik heb daar contacten van politieagenten tot de minister-president. Ik ben de beste in mijn werk.’
Logisch dus dat teamleiders van de Nationale Recherche in Nederland liever buiten de liaison om rechtstreeks zaken deden met de tolk. De liaison mocht meestal rotklusjes opknappen, zoals de informatie achteraf officieel witwassen.

Op een herfstdag in 2004 loopt het conflict tussen de twee in de tuin van het Anti-Smokkel Departement in Ankara uit de hand. De tolk vliegt de liaison woedend naar de keel. Na wat duwen en trekken kunnen collega’s van de Nationale Recherche hem tot bedaren brengen. De liaison heeft de tolk beschuldigd van het lekken van supergeheime informatie naar de Turkse autoriteiten.
De dag ervoor was er een etentje met een Nederlandse delegatie van de Nationale Recherche en wat Turkse autoriteiten.

Op een gegeven moment ging de telefoon van de tolk. Het was een teamleider van de Nationale Recherche in Nederland die met de tolk overlegde over een onderzoek in Groningen. Daar werden Koerden van de PKK getapt die terroristische aanslagen in Nederland zouden plannen. De tolk sprak er een moment over met een Nederlandse collega aan tafel. De liaison hoorde dat en ontplofte. Hij was toevallig bezig met een informant in hetzelfde onderzoek. Hij stond op en begon te bellen met commissarissen van het KLPD en de landelijk terreur-officier van justitie in Nederland.

Een KLPD-commissaris roept de tolk de volgende dag op het matje. De liaison heeft hem beschuldigd van lekken naar de Turken. De tolk is woest: ‘Ik heb helemaal niets met de Turkse counterparts besproken.’ Vanaf dat moment voelt hij zich aangeschoten wild. Een half jaar later weigert de AIVD zijn veiligheidsscreening Klasse A goed te keuren. Korte tijd later neemt de tolk ontslag. Dan komen er krachten los die laten zien dat de tolk niet zomaar iemand is. Tijdens een procedure tegen het ministerie van Binnenlandse Zaken steken zwaargewichten als het hoofd van de Nationale Recherche Johan van Kastel, commmissaris John Olierook en officieren van justitie Gert Oldekamp, Koos Plooij en Fred Teeven hun handen in het vuur voor de tolk.

Ook in Turkije begint het te rommelen. Het hoofd van de Turkse politie Emin Arslan is woedend en beledigd. In NRC Handelsblad noemt Arslan de tolk ‘een constante factor’ in de succesvolle samenwerking tussen Nederland en Turkije. De tolk is een ‘wandelend archief’ en hij ‘spreekt ruim tien Koerdische dialecten.’ Arslan is zo woest dat hij de stekker uit de samenwerking met de Nederlandse politie laat trekken. Nederland krijgt daarna een gevoelig tikje op de neus van Turkije. Twee verdachten van de moord op Willem Endstra hebben in de zomer van 2006 een afspraak in een hotel in de Turkse badplaats Cesme. Het Nederlandse politieteam wil daar dolgraag de telefoon aftappen.

Er gebeurt echter niks, de Turken laten het rechtshulpverzoek verstoffen. Commissaris John Olierook moet op zijn knieën naar de ontslagen tolk en die strijkt met de hand over zijn hart. Hij grijpt de telefoon en belt met de voorzitter van de Turkse Raad van State op diens vakantieadres en even later ook met een directeur-generaal van het Turkse ministerie van Justitie. Die is ook op vakantie maar komt niettemin voor de tolk in beweging. In een paar uur is de klus geklaard en de Endstra-verdachten gaan onder de tap. Desalniettemin houdt het KLPD zijn poot stijf; de tolk is onbetrouwbaar en mag niet terug.

In april gaat bij de Rotterdamse rechtbank de Benoitzaak weer verder. De tolk heeft met zijn getuigenis in deze de zaak heel wat overhoop gehaald. Hij zegt tegen Nieuwe Revu dat hij nog meer zou kunnen vertellen over wat er is misgegaan in de politiële samenwerking tussen Nederland en Turkije. ‘Er is geen groot onderzoek in Nederland gedraaid waar ik niet bij betrokken ben geweest.’ Hij wil dat de Rijksrecherche zijn zaak tot op de bodem uitzoekt en dat zijn afkeuring door de AIVD wordt teruggedraaid. ‘Hoge figuren binnen het KLPD hebben de AIVD verkeerd ingelicht. Ik wil mijn eer terug, mijn trots.’

Bij het ongecontroleerd inschakelen en dealen met criminele informanten maken veel betrokkenen kans beschadigd te raken. Niet in de laatste plaats de informanten zelf. Want hoe verging het de twee uit dit verhaal? C. mag niet mopperen. Want hoewel hij naar zijn geld van het ‘Benoit-transport’ kon fluiten, loopt hij nu vrij rond in Turkije, ondanks het feit dat hij vanwege de 3 kilo ‘extra’ heroïne nog steeds verdachte is. Maar Sjaaltje is niet oud en rijk geworden van het spel met de heroïne. Op 31 mei vorig jaar lag hij na een enkele schoten dood op straat in Istanbul.
* Om veiligheidsredenen zijn de hoofdpersonen geanonimiseerd.

Kader: Liaisons
Nederland heeft op een aantal plaatsen in de wereld verbindingsofficieren geplaatst. Deze liaisons doen niets anders dan netwerken. Ze sturen criminele informatie die voor Nederland van belang is naar Zoetermeer, waart de Dienst Internationale Netwerken (DIN) van het Korps Landelijke Politiensten (KLPD) zit. De DIN coördineert de informatiestroom die de liaisons naar Nederland sturen. Zo krijgen allerlei politieteams relevante informatie, bijvoorbeeld over heroïnesmokkel uit Turkije.

Kader: Hirschin Ballin: Inderdaad 1 informant
Minister Hirsch Ballin van Justitie schreef in zijn eerste brief over de kwestie – in oktober – niets over een informant. Maar de druk werd groter toen NOVA bleek te beschikken over een intern KLPD-rapport waarin wel werd gesproken over een informant. In de rechtszaal suggereerden getuigen dat er misschien nog wel meer informanten in de zaak hadden gewerkt. Twee weken geleden bevestigde Hirsch Ballin in schriftelijk dat er inderdaad één informant in Turkije heeft gewerkt. Maar volgens hem is van het bestaan van ‘criminele infiltranten’ niks gebleken. Er is ook nooit iets betaald aan een informant, zegt Hirsch Ballin.