Nieuwe Revu 29-03-06
Criminelen gaan naar IKEA, halen hun kinderen op van school, gaan vreemd en bellen met sekslijnen. Het zijn net gewone mensen. Politieambtenaren die gesprekken moeten beluisteren nemen dan ook niet alle gesprekken letterlijk over in hun proces-verbaal. “Gesprek gaat verder over seksâ€, valt er vaak te lezen. Criminelen planten zich ook voort: ‘Betty is vermoedelijk moeder geworden. De baby ligt nu bij haar op de kamer en drinkt op het moment. De baby is wel wat geel geworden. (…) Betty is bevallen middels een keizersnee en heeft veel bloed verloren. (namens de tapkamer: Henk jongen, proficiat).’ Af en toe is het best lachen in de tapkamer. Deze passage staat in een politiedossier tegen ene Henk W., die een flink aantal kilo’s heroïne van Turkije naar Nederland smokkelde. De luisteraars in de tapkamer waren misschien even toe aan een geintje. Ze moesten in het onderzoek van Henk W. zestigduizend telefoongesprekken uitwerken. Het geeft een indruk van de gigantische omvang van het telefoontappen in Nederland.
Rechercheurs zijn in Nederland een zeer groot deel van hun tijd kwijt aan het uitwerken of lezen van getapte telefoongesprekken. Tappen is opsporingsmethode nummer 1 voor de Nederlandse politie. De regels zijn streng voor technieken als de inzet van criminele infiltranten, uitlokking en kroongetuigen. Maar voor afluisteren is de wetgeving opemerkelijk soepel. Zo is het niet langer nodig dat iemand verdachte is. De officier van justitie kan iedereen laten afluisteren als hem dat in het kader van de opsporing relevant lijkt. De controle door de rechter-commissaris is teruggebracht tot een administratieve rol.
Het afluisteren van haar burgers is een duister hoekje van Nederland. Met het principe is niets mis. Terroristen en moordenaars horen in de cel. Het probleem is dat in Nederland de controle op de uitvoering van het afluisteren ontbreekt, en met de uitvoering, uitwerking, vertaling en beveiliging heel wat mis is. Tappen kan op oneerlijke wijze door ambtenaren worden misbruikt en rechters kunnen worden misleid.
In de zaak tegen de Koerd Baybasin oordeelde het gerechtshof in Den Bosch dat manipulatie van telefoontaps in principe mogelijk is. Vreemd genoeg trok dat hof er zich vervolgens niks van aan van de vrijwel ontkoombare suggestie dat met de taps in deze zaak is geknoeid. Het hof veroordeelde Baybasin tot levenslang wegens het opdracht geven voor twee liquidaties. Het bewijs in deze zaak moet uitsluitend komen van ruim 6000 opgenomen telefoongesprekken. Die gesprekken zijn vaag en zitten vol met versluierd taalgebruik. Soms lijken de vage aanduidingen te handelen over een succesvol uitgevoerde liquidatie. Zo zou Baybasin telefonisch vragen of een moord in een theetuin in Istanbul (die ook in werkelijkheid plaatsvond) gelukt is. Het ‘ding’ in de tuin zou ‘voor elkaar’ zijn en Baybasin sprak daarover zijn tevredenheid uit. In een andere zaak gaat het om een moord die nooit is gepleegd. Nadat iemand in ‘dat warme land’ (Spanje) is vermoord wil Baybasin volgens het gerechtshof wraaknemen op een broer van de moordenaar, die in de Verenigde Staten woont. Baybasin heeft telefonisch contact met iemand daar. Hij vraagt of zijn contact iets voor hem kan doen, wat precies wordt niet duidelijk. Dan zegt Baybasin: ‘Als de mensen daar meerdere auto’s tegelijk willen kopen, dan moet dat maar, als dat tenminste de enige manier is.’ Het gerechtshof interpreteert: Baybasin zou eventuele mensen die bij het doelwit van de liquidatie in de kamer zijn ook willen laten sterven als dat niet anders kan. Vrijwel uitsluitend op basis van deze zinsnedes is is Baybasin door rechtbank en gerechtshof veroordeeld.
Nadat Baybasin eerder voor de rechtbank betoogde dat de datum van sommige gesprekken niet kon kloppen liet de rechtbank 140 gesprekken op cassettebandjes kopiëren. Daarop waren allerlei merkwaardige klikgeluiden te horen. Het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht de bandjes maar vond niets vreemds aan de klikgeluiden, zonder ze overigens te verklaren. Onafhankelijke deskundigen die de verdediging raadpleegde vonden wel degelijk onregelmatigheden. Ze deden onder meer een frequentie-analyse van de gesprekken. De conclusie: deze gesprekken kunnen niet hebben plaatsgevonden:
• Sommige gesprekken kunnen niet in Nederland opgenomen zijn. De frequentie van de (kies)tonen is anders.
• Er zijn gesprekken die een te goede kwaliteit hebben. Het zijn geen telefoongesprekken maar waarschijnlijk opnames met een microfoon.
• Ruispatronen laten zien dat midden in gesprekken een nieuw gsm-gesprek begint. Daarmee zijn knip- en plakmomenten zichtbaar aangetoond.
• In de buurt van de mechanische kliksignalen valt soms het signaal even helemaal weg. Dat duidt op de start van de opname door een bandrecorder.
Een andere verklaring voor deze verschijnselen dan manipulatie is niet te verzinnen. Toch is manipulatie wetenschappelijk nog niet aangetoond. Daarvoor is onderzoek van de originele optische schijven in de tapkamer nodig. Geen enkel rechtscollege heeft daar opdracht voor willen geven, ondanks allerlei procedures van de zijde van Baybasin. Voor Baybasin is de kous daarmee af. Hij kan zich levenslang wijden aan lezen en kunstschilderen.
Zeker de helft van de metersdikke ordners die de trappen van de advocatenkantoren worden opgesleept zijn telefoontaps. Met de tapdossiers wil de politie de rechters vaak een indruk geven in de samenhang van een criminele organisatie. Er kan bijvoorbeeld uit blijken hoe de hierarchie in elkaar zit. Taps zijn vaak wezenlijk bestanddeel van het bewijs. Aan te nemen valt dat advocaten en rechters meestal uit tijdsoverwegingen alleen de politiesamenvattingen van de taps doornemen. Maar al zou de rechter de moeite nemen alle taps te lezen dan zou hij nog geen goed beeld van de werkelijkheid krijgen. Telefoontaps zijn rammelend bewijs. Los van het gegeven dat de politie sommige taps letterlijk uitwerkt en andere samenvat, waarbij een belangrijke subjectieve draai aan de werkelijkheid kan worden gegeven, zijn tapdossier vaak onvolledig. Ten eerste ontbreekt vaak informatie: A-nummer, B-nummer, het nummer van de gsm-antenne of zelfs het nummer dat wordt getapt. Uit een onderzoek van een getuige-deskundige naar de optische schijf uit de Nijmeegse tapkamer bleek dat er bij ongeveer 30 procent van de duizenden gesprekken die waren opgeslagen iets mankeerde aan de verkeersgegevens. Daarnaast ontbrak in 5 procent van de gevallen het getapte gesprek zelf. Dat betekent dat in die Nijmeegse tapkamer duizenden gesprekken moeten zijn weggeraakt. Datzelfde tapsysteem verwerkt ongeveer driekwart van de getapte gesprekken in Nederland. In Nederland moeten dus per jaar tienduizenden gesprekken spoorloos zijn verdwenen. Mogelijk is dat nu ook nog het geval. Geen haan die er naar kraait. Toch roept dit nogal wat vragen op. Hoeveel ontlastende gesprekken raken er eigenlijk weg? Hoe kan de rechter nu bepalen in hoeverre hij een beeld heeft van de volledige telecommunicatie van een verdachte? Antwoord: dat kan hij niet, het is een rommeltje. De rechtbank ziet maar een willekeurige greep uit de getapte gesprekken. Er is te weinig toezicht, de recherche kan in veel tapkamers naar eigen inzicht wat rommelen. Dat blijkt uit een onderzoek van PriceWaterhouseCoopers uit 2003 naar een aantal Nederlandse tapkamers. Het onderzoek leverde, tot opluchting van tapkamer-minister Remkes, nauwelijks publiciteit op maar de conclusies waren niet mals. Het opsporingsmiddel nummer 1 van de Nederlandse justitie is deels onbetrouwbaar en manipulatie van taps is in sommige tapkamers kinderlijk eenvoudig. Ook door buitenstaanders want de beveiliging schiet bijna overal ernstig tekort.
Afluisteren is niet het enige dat de politie inlichtingendiensten doen met uw telecommunicatie. Ieder beweging van uw mobiele telefoon laat sporen na. Verkeersgegevens noemen we alle data die een gsm achterlaat in de centrale. Bijvoorbeeld het nummer dat een toestel belt, de tijdsduur, maar ook gegevens over de lokatie. Een telefoon geeft voortdurend gegevens door waarmee de lokatie ten opzichte van gsm-antennes kan worden berekend. De betrouwbaarheid kan tot op een tiental meters nauwkeurig zijn. Maar dat is lang niet altijd het geval. Er zijn tal van verstorende mogelijk. Daarin schuilt een gevaar voor de argeloze burger wiens verkeersgegevens in een centrale staan opgeslagen. Want politie en rechters laten zich soms misleiden door dit soort gegevens. Op een regenachtige nazomeravond in september 1999 wordt in Deventer een vermogende weduwe op leeftijd op beestachtige wijze afgeslacht met een mes: de weduwe Wittenberg. De politie had al snel een verdachte op het oog: Ernest L., haar boekhouder. Hij zou zich haar geld hebben willen toe-eigenen. Kort voor haar dood had de weduwe telefonisch contact gehad met de mobiele telefoon van L.
Een gsm-antenne vlak bij de woning van de weduwe had het gesprek verwerkt. De politie en de rechtbank meenden dat daarmee het bewijs geleverd was dat L. die avond rond het moment van de moord in Deventer was geweest. L. bestreed dat. Volgens hem was hij op het tijdstip van de moord op de snelweg in de buurt van ’t Harde, zo’n veertig kilometer bij Deventer vandaan. Er waren deskundigen die stellig verklaarden dat het door bijzondere atmosferische omstandigheden heel goed mogelijk is dat L. vanuit ‘t Harde heeft gebeld heeft met een basisstation in Deventer. Die omstandigheden hadden zich juist die avond voorgedaan. Deze discussie over de lokatie speelde geen rol meer toen bleek dat op de kleding van Ernest sporen van make-up en bloed waren aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk van de weduwe waren. Ernest L. werd veroordeeld maar inmiddels is er weer een nieuwe verdachte in beeld gekomen en zal hij misschien toch onschuldig blijken. Daarmee is dan aangetoond hoe gevaarlijk het is als verkeersgegevens van gsm’s verkeerd worden geïnterpreteerd.
In toenemende mate worden ‘gewone’, onschuldige burgers geconfronteerd met de afluisterende en registrerende overheid.
De verkeersgegevens van alle andere Nederlanders moeten binnenkort een jaar lang worden bewaard. De meeste burgers hebben er geen idee van hoever de hun privacy hierdoor wordt aangetast. Voor een 30-jarige vrouw uit Haarlem ligt dat anders. Op 30 november 2004 wordt voor haar Kafka werkelijkheid: ze ontwaakt als verdachte van een ernstig misdrijf. ’s Ochtends om kwart voor zes voeren zes agenten haar in een joggingbroek zonder veters in de ijskoude ochtend af. Pas ’s middags hoort ze de verdenking: doodsbedreiging van een bekende Nederlander. Met haar mobiele telefoon zou ze per GPRS een dreigende e-mail hebben verstuurd. Ze krijgt ook het ‘bewijs’ te zien: een computeruitdraai met daarop haar naam, een tien jaar oud woonadres en een mobiel nummer dat ze niet kent. Volgens de rechercheur die haar ondervraagt is dit papier hét bewijs dat het haar abonnement betreft en dat zij dus de bedreiger moet zijn geweest. De volgende dag ontdekt de politie dat het nummer niet klopte. De vrouw vertelde haar verhaal tegen de intersite Netkwesties. Ze wil op geen enkele manier verder in de publiciteit treden. Een jaar na de arrestatie zat ze nog steeds overspannen thuis. Haar vriend heeft sindsdien slaapstoornissen. Het Openbaar Ministerie weigert de vrouw een schadevergoeding toe te kennen.
Een onschuldige burger wiens telefoon is afgeluisterd zal dat nooit te weten komen. Hoewel de wet notificatie achteraf voorschrijft komt daar in de praktijk niets van terecht, zo heeft ook minister Donner van Justitie toegegeven. De burger draait wel zelf op voor al het tappen. In de eerste plaats omdat hij belasting betaalt en daarmee de installaties in de tapkamers van de politie. Verder betaalt de overheid per jaar een vergoeding aan de telefoon- en internetbedrijven voor het plaatsen van een tap en het opvragen van verkeersgegevens. In 2004 was dit naar schatting 50 miljoen euro. De telefoonbedrijven, die verplicht aftapbaar zijn, boeken de kosten van hun apparatuur overigens in onder operationele kosten. Er zitten dus ook kosten voor het afluisteren verdiskonteerd in het telefoonabonnement.
Het afluistersysteem is zo sterk als zijn zwakste schakel. De ambtenaar met een koptelefoon op luistert naar ruis en een stem. Als hij denkt ‘hij is het,’ en dat opschrijft in zijn proces-verbaal dan is dat de waarheid. Het gebeurt nooit dat voor een rechtbank wordt betwist dat een stem bij een verdachte hoort. Maar in de heroïnezaak tegen Sreten J. van vorig jaar gebeurde dat wel. De Joegoslaaf J. heeft een grote reputatie als gewelddadig kopstuk in de West-Europese onderwereld. Toch was het bewijs voor betrokkenheid van J. bij de heroïnesmokkel dun. Het draaide om de vraag of hij nu wel of niet een aantal getapte telefoongesprekken heeft gevoerd. De rechtbank besloot de stem te laten vergelijken met de stem in telefoongesprekken die zeker door J. zijn gevoerd, vanuit de gevangenis. Helaas spraken twee deskundigen elkaar tegen. Beiden konden niet meer doen dan hun koptelefoon opzetten en goed luisteren. De ene deskundige besloot dat het hoogstwaarschijnlijk Sreten J. was terwijl de andere zover niet durfde te gaan. De rechtbank nam de verklaring van de eerste getuige over en veroordeelde J. op basis van dat bewijs. Stemherkenning door computers staat nog in de kinderschoenen. Er bestaat niet zoiets als een stemafdruk, analoog aan de vingerafdruk. Dat maakt het werk van de rechter en van terrorismebestrijders er niet makkelijker op en de kans op fouten en berechting van onschuldigen groter.
De beleidsambtenaren die het tappen in Nederland regelen willen alles wat met tappen te maken heeft geheim houden. Criminelen en terroristen moeten we niet wijzer maken dan ze al zijn, zo luidt de tegeltjeswijsheid die zij de burgers graag voorhouden. Ze houden hen echter voor het lapje. Alle geheimzinnigheid is in de eerste plaats bestemd om geheim te houden hoe de ambtenaren de burgers ongemerkt kunnen afluisteren. Verwarring en onzekerheid laat de overheid graag bestaan. De tappende overheid heeft groot belang bij het verspreiden van de mare dat bepaalde communicatievormen niet aftapbaar zijn. Geen betere prooi dan de dwalende terrorist die honderduit aan het kletsen is in de overtuiging dat de AIVD hem niet kan horen. De echt slimme criminelen komen niet over de tap, althans niet over belangrijke zaken. Meer dan tien jaar maakte de politie jacht op Willem Endstra en Willem Holleeder. Gedurende die tijd hebben de twee vrijwel voortdurend onder de tap gestaan. Helaas heeft het geen splinter bewijs opgeleverd. Gelukkig zijn veel criminelen en terroristen niet zo slim maar er schuilt toch tragiek in de verwoed tappende overheid. Juist de zwaarste categorie die zij het liefst zou laten struikelen, de planners en de investeerders, laat zich op de tap niet vangen.
Waarschijnlijk tapt Nederland meer dan welk ander land ter wereld. Zeker is dat niet want het ministerie van Justitie zegt niet te beschikken over cijfers hierover. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat een vergelijkend onderzoek blijkt dat de rechter-commissarissen in Nederland een paar jaar geleden ruim 10.000 machtingen gaven. Alleen in Italië lag dat hoger. Het aantal werkelijk getapte nummers ligt een paar keer hoger omdat op een machtiging meestal meerdere nummers staan. Een ingewijde schat zelfs dat politie en inlichtingendiensten rond de 150.000 lijnen per jaar tappen.
Andere landen doen minder geheimzinnig. In de Verenigde Staten rapporteert de rechterlijke macht ieder jaar aan het Congres een overzicht van hoeveelheid taps. In 2004 waren dat er 1710. Zelfs de naam van de officier van justitie die de tap heeft gelast staat er bij. Ook het aantal taps van de veiligheidsdiensten is gewoon op internet te vinden: 1754. De procedure is dat het ministerie van Justitie aanvragen daarvoor voorlegt aan de Foreign Intelligence Surveillance Court. President Bush vond die procedure te stroperig en gaf een speciale machtiging voor tappen buiten die instantie om. Najaar 2005 lekte dat uit via de New York Times. Nederland kent geen geen toezicht op afluisteren. Hier was ieder willekeurig verzoek van de CIA om een verdachte Nederlandse moslim te tappen gedachtenloos met een handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken in gang gezet.
Wie veilig wil communiceren in Nederland heeft een probleem. Bijna alles is te tappen. Er zijn een aantal mazen voor wie de tappende overheid te slim af wil zijn. Maar voorzichtigheid blijft geboden.
Cryptophone: hacker Rop Gonggrijp brengt zijn schaapjes op het droge met een onkraakbare cryptotelefoon. Speciaal aan de telefoon is de garantie dat er geen ‘achterdeur’ inzit. De koper kan alle software inzien. Je hebt er wel minimaal twee voor nodig.
Salutis: een ander Nederlands bedrijf, VZG Communications, claimt binnenkort computers en telefoons te kunnen encoderen met code die de komende 125 jaar niet te kraken is. Met de Salutis-technologie heeft dat bedrijf dan een wereldprimeur in huis die het aanzien van de wereld kan veranderen. Gekoppeld aan een iris-scan levert het systeem waterdichte persoonsidentificatie. De thuiscomputer, de usb-stick en computersystemen van landen en bedrijven zijn ermee gegarandeerd te beveiligen. Een Israëlische inlichtingendienst heeft inmiddels een proefversie van Salutis getest. De Nederlandse AIVD is ook zeer geïnteresseerd in de technologie.
carrier-select: lang niet alle carrier-selects zijn aftapbaar. Bijvoorbeeld als bedrijven een verbinding van de KPN huren naar een buitenlandse centrale. Bijvoorbeeld Cable One maakt gebruik van steeds andere huurlijnen.
prepaids met nummerportabiliteit:
Sinds 2005 is het mogelijk het nummer van een prepaid-telefoon mee te nemen van de ene naar de andere provider. Het telefoonnummer blijft dan hetzelfde maar de SIMkaart wisselt. Terwijl de verdachte dus vrolijk door blijft bellen met hetzelfde nummer (en als hij slim is een andere telefoon met een andere IMEI-nummer) kan de politie niet tappen.
skype
Wie via internet belt met Skype is in Nederland niet te tappen. Skype heeft geen eigen netwerken en geen centrales. Overigens is de voice-over-ip die de traditionele telefoonbedrijven aanbieden wel aftapbaar.
MSN: Msn en Yahoo zijn aftapbaar. Maar wie met een aantal gebruikers een hotmailaccount deelt vindt in de drafts-folder een klassieke dropbox. Rechtstreeks te vergelijken met de holle boomstam in het park uit de handboeken voor spionage.
Freenet: Het p2p-programma Freenet is werkelijk een niet te kraken systeem. Wie Freenet installeert stelt een deel van zijn harde schijf ter beschikking aan andere gebruikers van Freenet. Bestanden zijn gecodeerd en in brokken verspreid over de computers van verschillende gebruikers. Op het moment dat een gebruiker een bepaald bestand wil downloaden zoekt het programma de verschillende stukken van het bestand bij elkaar. De gebruiker zelf weet niet welke bestanden allemaal op zijn computer staan. Daar kan dus ook kinderpornografisch materiaal bijzitten of communicatie tussen terroristen.
techniek
De SIM-kaart: heeft een IMSI-nummer dat het verband legt tussen abonnee en telefoonnummer. De naam van een abonnee is voldoende om te tappen. Bij prepaids moet de politie altijd het nummer weten.
Iedere telefoon heeft een serienummer (IMEI-nummer). Dat nummer is voldoende om te kunnen tappen.
Een IMSI-catcher kan het IMSI-nummer en het IMEI-nummer van een telefoon onderscheppen. Het apparaat doet zich voor als een gsm-antenne. Politie en inlichtingendiensten kunnen met een IMSI-catcher ook een gsm afluisteren buiten de centrale om.
Een gsm is niet te vertrouwen. Veel typen gsm’s kunnen functioneren als een microfoon die op afstand te bedienen is. Telefoonbedrijven kunnen vanuit de centrale software aanpassen op de Sim-kaart met een sms-bericht. Met een stille sms kan ook op afstand een SIMkaart onbruikbaar worden gemaakt of alle gegevens te kopiëren en te versturen. Er zijn ook hackers actief die door het sturen van stille sms’jes proberen SIMkaarten van afstand te kopiëren om zo gratis te bellen. Een telefoon is vanuit de centrale te bedienen. Een getapt telefoongesprek is in feite een conference-call, met meerdere deelnemers waarbij er eentje, die naar de tapkamer één-richtingsverkeer heeft. De centrale die in het geheim een gsm als microfoon wil laten werken laat de SIMkaart in de telefoon een verbinding voor één-richtingsverkeer openen. De enige manier om direct afluisteren onmogelijk te maken is de batterij los te koppelen; ook als de telefoon uit staat kunnen microfoon en zender gewoon functioneren. De vraag is of deze manier van afluisteren door de beugel van de wet kan. Deze methode staat in geen enkele wettelijke regeling beschreven. Consumenten hebben geen idee dat deze mogelijkheid is ingebakken.

