Dus het kernteam van Amsterdam ‘moest iets doen’ aan de XTC in 2001. Dat zeiden officier van justitie Koos Plooij en twee politiemannen, laten we ze Robin en John noemen, dit voorjaar bij het Amsterdamse gerechtshof. Bovendien was besloten (bij gebrek aan Hollandse netwerken) ‘nieuwe Nederlanders’ te gaan doen. Het projectbureau kwam met een prachtig plan om Israeliërs aan te pakken: een “paraplu-project” genaamd Bascule. Daaronder kwamen dan de concrete onderzoeken te hangen. Korte klappen, dat was de bedoeling.
Meest kansrijk was Bosgeit-1, naar de gebroeders S. Maar na weken tappen was er nog veel te weinig. Ook het onderzoek naar Nissim R. was niet kansrijk genoeg.
Dan is er op 4 mei 2001 een briefing van de Amsterdamse politie waarbij de Israelische en Amerikaanse liasons aanwezig zijn en zelfs een Israëlische politieman. Er is een schema met daarop de namen Yakov E., Jacky ben Y. (van die garage in Amsterdam-Noord) en ook weer S. Verder zijn er lijsten met met tactische info: adressen en telefoonnummers, ook van Yakov, de man met het hondje.
Op 14 juni is er een nog een grotere briefing met ook nog Duitsers en ook Canadezen erbij. Iedereen watertandde: eindelijk eens grip op die Israëlische XTC-schuivers! Toevallig diezelfde dag is er in de buurt van het Centraal Station een wilde achtervolging van criminelen onder elkaar. In doodsangst meldt ene Jossy el M. zich bij surveillerende agenten op het CS, die hem aanhouden.
Jossy heeft het helemaal gehad en zit in no time bij de recherche. Hij wil bescherming in Israël of de VS en hij wil praten. Honderduit over de man met het hondje, over wapens in zijn woning en over 800.000 pillen in Barcelona en over een heel stel andere Amsterdamse Israeliërs.
Is dat briljante verhaal van deze Jossy dan niet terechtgekomen bij het Amsterdamse kernteam dat onder al die internationale collegiale aandacht met Israeliërs bezig was?
Nou, nee eigenlijk niet, geloof ik, zeiden alle getuigen.
Koos Plooij wist er ook niets van. Hij was de man die de Israelische onderzoeken ter toestemming had voorgelegd aan het College van Procureurs-generaal. Maar hij was niet bij al die briefings geweest, hoor.
Plotseling, op 1 augustus komt er CIE-informatie binnen uit de Verenigde Staten van Amerika. Yakov E. zou groot in de XTC zitten.
Plooij zei dit voorjaar ter zitting:
‘Ik heb pas gehoord van Yakov E. na de CIE-info van augustus 2001.’
De advocaat van Yakov E. denkt dat Plooij jokt, of eigenlijk: meineed pleegt. Hij denkt: de recherche van Amsterdam deed het Bascule-(voor)onderzoek op E. Er was een getuige die wilde verklaren over E. De recherche kende zijn adres en telefoonnummer al. En de OT’s hadden hem al lang en breed afgelegd als ‘de man met het hondje.’
Hij was al lang als een hoofd-subject in beeld, hoe kan Plooij hem dan niet kennen?

