Atilla zegt dus tegen de recherche dat ‘alleen Hider’ achter een aanslag op zijn leven zou kunnen zitten. Maar de rechercheurs willen dat Ali A. in beeld komt. Ze hebben een nogal duidelijk idee hoe het in elkaar steekt, zo blijkt uit de verhoren. Dit is hun theorie: Hider levert de heroïne uit Turkije aan de groep van Senol Ayhan T. en Dino S. en Willem H. en… Ali.
Hider en Atilla zijn doodsvijanden en dus heeft Ali een mooi motief om achter een aanslag op Atilla Ö. te zitten.
Atilla zegt:
‘Het zou mij niet verbazen als Ali, Ayhan T. en Hider samenwerken.’
De politie zegt:
‘Maar dat is wel de lijn die zien van de mensen waar jij problemen mee hebt. Dat is wel de lijn van de groep van Hider naar de groep van Dino.’
En Ali kwam wel eens bij Dino thuis. Dat is in de kern het steunbewijs dat de politie heeft gebouwd om Ali A. in verband te brengen met het plannen van een aanslag op Ö. Zoals Peter La S. beweert. Voorlopig is deze “aanslag” de enige waarvan de rechtbank vindt dat er voldoende aanwijzingen zijn om Ali nog in de EBI te laten zitten.
Maar, helaas voor de politie, zitten er zwakke plekken in de verklaringen van Atilla Ö. over Ali A. Atilla zegt namelijk ook vriendelijke dingen over Ali. Daar is de politie niet blij mee. Dat gaat dan zo:
Rechercheur: ‘De vorige keer zei je dat je wel een probleem met Ali A. had. Dat Ali dacht dat jij hem wat aan wilde doen.
Atilla: ‘(…) Ik kom bij hem thuis, bij zijn kinderen thuis, hij is een goede voetballer en ik heb hem leren kennen bij Türkiyemspor. Respectvolle goede gozer. (…) Ik heb nooit problemen met hem gehad.’

