De rechtbank in Rotterdam heeft het Openbaar Ministerie op de vingers getikt voor het afluisteren van een advocaat. Politie en justitie wisten dat een cliënt bij zijn advocaat op bezoek zou komen doordat een telefoongesprek met de advocaat was getapt. De man werd na het bezoek aan zijn advocaat aangehouden.
Een en ander vindt de rechtbank een schending van het fundamentele recht van een verdachte om zich vrij tot een advocaat te kunnen wenden. Informatie uit een geheimhoudersgesprek was direct tactisch aangewend. Ze verklaarden het OM niet ontvankelijk inzake poging tot moord.
Opvallend.
Volgens de wet mogen de gesprekken tussen advocaten (en artsen en geestelijken) met hun klanten niet worden afgeluisterd. Het Openbaar Ministerie heeft een richtlijn hierover. Praktisch gaat dat ongeveer zo: een rechercheur neemt waar dat op een tap een advocaat over de lijn komt. Hij/zij stapt naar zijn teamleider die het gesprek beluistert. Vervolgens gaat een samenvatting van de inhoud van het gesprek naar de officier van justitie die vaststelt dat het gesprek inderdaad een geheimhoudersgesprek is.
Zo.
Dan heeft iedereen er kennis van kunnen nemen. Advocaten afluisteren mag eigenlijk wel dus. Lees er hier meer over. Ik heb aanwijzingen dat de politie voortdurend geheimhouders afluistert. De informatie die uit dit soort geheimhoudertaps voortkomt vindt zijn weg dus heus wel. Advocaat Aberson vertelde me het verhaal van een verdachte die tijdens een verhoor werd verrast met het feit dat zijn vrouw een minnaar had. De politie had dat uit een tap van een gesprek met de arts van de vrouw.
Maar in het onderhavige geval van de verdachte van moord was het tapgesprek tactisch gebruikt. En daar trekt de rechter nu een lijn. Overigens kreeg deze verdachte wel een half jaar cel voor verboden wapenbezit.
Anderzijds kan je het de politie niet kwalijk nemen dat ze de vinger aan de pols houden, als een verdachte als Willem H. steeds vaker vanuit het kantoor van zijn raadsman begint te bellen. In het zuiden des lands ken ik een voorbeeld van een magistraat die van een zedendelict werd verdacht. De officier van justitie constateerde dat de man kantoor ging houden op een advocatenkantoor. Dat is ook niet handig dan, voor de geloofwaardigheid van de advocaat.

