Steeds verder inzoomen op een bepaald thema is soms verhelderend. Het kan een kijk kan geven op het grotere geheel. In dit geval de houding van officier van justitie Michiel Zwinkels in het Pet-proces. Nog eventjes verder dus over dat één-regelige mailtje aan groepsadressant ‘Brothers’ van de Hell’s Angels-secretaris.
Lek-verdachte Jacques K. - oud-rechercheur - had dat mailtje bij de zoeking gezien op de computer van de secretaris. Hij zei er zelfs een proces-verbaal van op te hebben gemaakt. K. - de zogenoemde Pet - wilde met dat waarschuwingsmailtje bewijzen dat de secretaris van de Hell’s Angels een uur na de inval in Angel’s Place hiervan kennelijk niet op de hoogte was. Maar het mailtje was weg. Niet te vinden, zei Zwinkels aanvankelijk tegen de rechtbank. Hij had maanden de tijd gekregen om te zoeken.
Was dat nou echt waar? Laten we even meekijken met Zwinkels, waarbij we moeten bedenken dat hij zowel officier in de Pet-zaak is als in de Acroniem-zaak tegen de Hell’s Angels. Dit waren de aanwijzingen en vindplaatsen.
1. Het observatieteam van Acroniem heeft een Angel op bezoek zien gaan bij de secretaris, een uur na de inval, een uur voor het versturen van de e-mail.
2. De waarschuwingsmail kwam ter sprake op een tap in Acroniem.
3. Twee digitale deskundigen van de politie die de computer van de Angel veiligstelden hebben het mailbestand gezien en er proces-verbaal van opgemaakt voor Acroniem.
4. Collega’s van K. (van de zoekploeg) hebben het mailtje gezien.
5. De e-mail was aangekomen op de in beslag genomen computers van alle ‘Brothers’ waar de e-mail gestuurd was. Ook daar moet in Acroniem proces-verbaal van zijn opgemaakt.
6. In het Pet-onderzoek kwam het over de tap van Jacques K. ter sprake. Maar het kwam niet in het dossier omdat het gesprek was samengevat als ‘zakelijk gesprek’.
7. Het proces-verbaal dat K. maakte over het mailtje stond op diens computer die in beslag was genomen. Toen K. erin mocht zoeken vond hij het niet omdat hij ‘abusievelijk’ documenten van het laatste half jaar niet had kunnen zien. Toen K. een paar dagen geleden dat laatste half jaar alsnog mocht inzien vond hij het verbaal direct.
‘Zwinkels moest dus wel heel goed zijn best doen het niet te vinden,’ concludeert K. Zelfs de hoogste betrokken politie-chef - John Olierook - was er van op de hoogte, zo zei deze bij de rechter-commissaris.
Wilde Zwinkels het niet vinden, omdat het K. zou ontlasten? K. was precies op de hoogte van het tijdstip van de inval. Als hij dat naar de Hell’s Angels had gelekt waarom zou de secretaris dan kort na de inval nog moeten worden gewaarschuwd om vervolgens een waarschuwingsmail te sturen?
Of leed Zwinkels aan magistratelijke vergeetachtigheid, net als zijn Acroniem-collega Oldekamp?
Maar goed, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Zwinkels de e-mail een paar weken geleden, na aansporingen van de rechtbank, toch nog heeft gevonden.

